Posts tonen met het label Politieke correctheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Politieke correctheid. Alle posts tonen

zaterdag 10 januari 2015

De zweepslagen van de Islam

                                                                        

We leven op voet van oorlog en dat al jaren, we beseffen het alleen niet. De teksten van de koran zijn eenoorlogsverklaring aan alles wat niet islamitisch is. De koran roept op tot strijd tot de wereld van Allah is. De perverse beloningen die de koran belooft zijn buit en slaven of de martelaarsdood die recht geeft op een paradijselijk leven. De aanslagplegers in Parijs kozen voor het laatste.
We zijn niet in oorlog met moslims, we zijn in oorlog met een ideologie die hen motiveert om de Allah uit de koran tevreden te stellen. Hoe maakt niet uit, de ethiek van de strijdbare islam kan worden omschreven als: ‘het doel heiligt de middelen’. De westerse waarden moeten worden gegeseld want de westerse waarden staan haaks op die van de islam en vormen een bedreiging voor de islam.

Tussen alle islamitisch geweld waarmee we de afgelopen week weer werden geconfronteerd, kreeg een berichtje uit de islamitische wereld veel te weinig aandacht. Maar tien regeltjes in mijn ochtendkrant.  Het betreft de veroordeling van de Saoedische blogger Raif Badawi die in Saoedi Arabië werd veroordeeld voor tien jaar cel en duizend zweepslagen omdat hij de islam zou hebben beledigd. De zweepslagen van de islam treffen niet alleen degenen die zich in het Westen verzetten tegen een totalitaire ideologie, ze treffen ook moslims die zich aan kritiek wagen. De waarheid in islamitische landen zit maar al te vaak in de gevangenis, wordt gegeseld, vermoord of wettelijk omgebracht.  Duizend zweepslagen overleef je niet.

De aanslagen in Parijs en de straf voor blogger Raif Badawi komen uit dezelfde bron. De reputatie van de islam, van de koran en van de profeet dient onberispelijk te blijven, boven iedere twijfel verheven te zijn en ‘in submission’ erkend te worden als de ultieme waarheid. Die zogenaamde waarheid wordt met geweld en intimidatie beschermd.

Islamkritiek wordt in Nederland ook nauwelijks geduld. Bekende critici worden gemarginaliseerd en
gedemoniseerd. Het zijn er maar weinig die de moed hebben om het voor hen op te nemen. De islam in Nederland is druk bezig om critici met nieuwe zweepslagen te geselen. De islamcriticus is fobisch en islamofobie staat gelijk aan racisme. De beschuldiging van racisme is een zweepslag, het is verbale intimidatie en ondermijning van reputaties en het werkt. Bekende moslims als Marcouch en Elforkani waren voor de aanslag in Parijs druk bezig met de campagne om islamkritiek als racistisch te bestempelen.  Hun actie komt uit dezelfde bron als de aanslagen in Parijs, het straffen van de blogger Raif Badawi en de vele andere aanslagen op het onthullen van de waarheid en de vrijheid van meningsuiting.

De campagne om islamkritiek tot racisme te verklaren maakt handig gebruik van de Nederlandse wetgeving die racisme verbiedt en van de bestaande gevoeligheid voor termen die ontleend zijn aan de holocaust. Met de gedachte: ‘dat nooit meer’, trapt een deel van de Nederlandse bevolking (de politiek correcten) in de uitgezette val en zijn blind voor de oorlog die de Islam voert tegen westerse waarden.

Na de aanslagen in Parijs haasten figuren als Marcouch en Elforkani zich om te verklaren dat terrorisme met harde hand moet worden bestreden en dat terrorisme  geen islam is. Dat ze zelf aan verbale terreur doen met de campagne om islamcritici tot racisten te verklaren blijft op dit ogenblik even op opportunistische wijze buiten beeld, maar zal als de ontzetting van de afgelopen week is geluwd wel weer gerevitaliseerd worden. Het is immers een plicht die uit de koran voortvloeit. Ineke van de Valk, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam schreef een pseudo-wetenschappelijk  boek om de campagne te steunen en ik vraag me af hoeveel geld ze daarmee voor de universiteit heeft binnengehaald. De islam betaalt goed voor dat soort dingen. Met haar slachtofferretoriek heeft ze politiek correct Nederland tot collaboratie weten te bewegen. Veel zweepslagen worden uitgedeeld door politiek correct Nederland.

Ook Aboutaleb veroordeelde het terrorisme, maar niet de broedstoof die het voortbrengt. De meest wenselijke stap liet hij na. De reputatie van de  islam mag niet besmeurd worden, daarom moet het terrorisme publiekelijk van de islam worden gescheiden. Het is een vorm van schijnheiligheid.
Moediger was Laila Ezzeroli in de opiniebijlage van de Volkskrant van 10 januari 2015.  Ze schrijft: “Ik denk dat we geen afstand moeten nemen van radicaliserende moslims. We moeten juist ondubbelzinnig  zijn en erkennen dat ze een deel van ons zijn. De vijand is uit ons voortgekomen. Uit onze schoot en huizen, uit onze religieuze apologetiek, uit onze boosheid……”
Ondubbelzinnige taal, waarbij de dubbelzinnigheden uit de islamretoriek van op televisie pratende verbale jihadisten in al hun valsheid aan het kruis wordt genageld.

Europeanen roepen ‘Je suis Charlie’, Laila Ezzeroli is een ‘Charlie’, ze voegt de daad bij het woord. Bijna alle moslims weten dat de analyse van Ezzeroli waar is. Het zou daarom mooi zijn als moslims moedig zouden roepen ‘Ik ben Laila’, maar dat mogen ze niet van hun geloof. En daar, precies daar, zit het probleem van de islam. Je mag alleen wat het geloof voorschrijft. Als je je daar niet aan houdt volgen er zweepslagen.





dinsdag 9 december 2014

Is er voor de PvdA nog een weg terug?

                                                                        


Als we de Volkskrant van 9 december 2014 moeten geloven is Hans Spekman bezig de PvdA vanaf de grond opnieuw op te bouwen tot een partij waarin de doelgroep zich weer herkent. Maar het is de vraag of die doelgroep de partij, die veel kiezers van zich heeft vervreemd, nog wel vertrouwt.

Met Wim Kok kon arbeidend Nederland zich nog identificeren. De in 1986 door de Uyl naar de Tweede Kamer gehaalde Kok was groot geworden in de vakbond en met een timmerman als vader was hij een rolmodel voor het emancipatiestreven van de PvdA. ‘Sterk en Sociaal’ het motto van de PvdA was toen nog geloofwaardig. Daarna ging het bergafwaarts.

Kapperszoon en ex-Novib-directeur Ad Melkert was minister van Sociale Zaken onder Kok en volgde hem in 2002 op als lijsttrekker. Hij trof het niet. Hij beschikte over weinig charisma, in de verkiezingsdebatten maakte de als een komeet opgekomen Pim Fortuijn gehakt van hem. De tot volksheld uitgegroeide Pim Fortuyn werd kort daarna vermoord. Algemeen werd aangenomen dat de demonisering van Fortuyn door politieke partijen daar mede de oorzaak van was. De PvdA had zijn steentje stevig bijgedragen. PvdA-coryfee Marcel van Dam noemde Fortuyn in een televisiedebat ‘een minderwaardig mens’.

De eerste scheuren tussen de traditionele achterban en de PvdA werden omstreeks die tijd zichtbaar. Na Melkert traden achtereenvolgens Wouter Bos, Job Cohen en Diederik Samsom op als partijleider van de PvdA. Geen van hen slaagde er in om de harten van de traditionele achterban uit de volksbuurten te winnen. De benoeming van Ahmed Aboutaleb als burgemeester van Rotterdam werd er door de partij tegen de zin van veel Rotterdammers doorgedrukt en het aantal allochtonen in de fractie en andere politieke organen steeg gestaag.

De PvdA zou geprezen kunnen worden voor haar serieuze pogingen om het allochtone volksdeel te emanciperen en dat door beleid en politieke benoemingen zichtbaar te maken. Het leverde haar veel allochtone kiezers, maar ook veel problemen op. In het land werd steeds vaker gesproken over de Partij van de Allochtonen of de Partij van Allah. De keuze voor de emancipatie van allochtonen ging ten koste van de traditionele kiezers uit stadswijken die te maken kregen met de keerzijde van de instroom van Turken en Marokkanen en zich uit hun buurten verdreven voelden. In hun verzet en kritiek kregen ze ook nog eens te maken met negatieve framing. Ze waren xenofoob, spraken vanuit hun onderbuik of waren racistisch. De opkomst van de uit Amerika overgewaaide politieke correctheid is zeker mede aan de PvdA te wijten.

Met de Provinciale verkiezingen van 2015 in het vooruitzicht zien de polls er voor de PvdA dramatisch uit. Tegelijkertijd groeit bij vriend en vijand het besef dat het integratiebeleid faliekant is mislukt en dat daarmee ook het beleid waarmee de PvdA zich hartstochtelijk mee geprofileerd heeft op een royale mislukking is uitgedraaid. Partijleden met een islamitische achtergrond zijn niet altijd even betrouwbaar gebleken en in de toppen van de partij zitten islamisten als Marcouch en Sidali die met hun adviezen de partij regelmatig de verkeerde richting hebben uitgestuurd. De islamitische agenda is bij hen dominant gebleken terwijl ze de sociaal democraten naar de mond spraken.

Terwijl Spekman zich het vuur uit de sloffen loopt, Samsom langzaam afbrandt en de partij op een historische verkiezingsnederlaag afstevent, scharen de weggelopen kiezers zich voor een belangrijk deel achter de PVV van Wilders die het anti-islamstokje van de vermoorde Fortuyn heeft overgenomen.

Al die kiezers wilden aanvankelijk niets anders dan wat de PvdA voorstond: integratie. Maar ze hadden veel eerder door dat met de weg die de PvdA voorstond het niet zou lukken. Het werd te veel ruimte voor de islam en te weinig aandacht voor integratie. Het werd te veel Cohen en te weinig Spekman.

Er is een weg die de PvdA kan gaan om op de lange duur haar positie, mogelijk wat bescheidener, te heroveren. Die weg zou moeten beginnen met de nederige erkenning dat het door haar voorgestane beleid als mislukt moet worden beschouwd. Ze zou moeten vaststellen dat de Islam voortaan geheel op zichzelf is aangewezen en dat ze voluit voor integratie gaat als belangrijkste agendapunt voor de komende jaren.

Ik zie het de partij nog niet doen. Het zal wel een halfzachte en weinig geloofwaardige wending worden. Spekman kan zich nog zo het vuur uit de sloffen lopen, maar een belangrijk deel van de partij zal hem niet echt volgen. Ontwikkelingen gaan van begrafenis tot begrafenis zei een belangrijk man eens. Er moet nog heel wat politieke correctheid worden begraven en ondertussen zou het wel eens de Partij van de Allochtonen kunnen worden.



dinsdag 18 november 2014

Het bevoordelen van slachtoffergedrag van minderheden

                                                                       
Tijl Uilenspiegel liet mensen hun dwaasheid zien
 


Tijl Uilenspiegel was in zijn tijd een schelm die mensen een spiegel voorhield. Zo is Quincy Gario een hedendaagse schelm, maar de spiegel die hij Nederland voorhoudt laat een vals beeld zien.
Je kunt in een oude kerktoren bijvoorbeeld het symbool zien van de onbarmhartige inquisitie, de genocide op de Katharen of de onderdrukking van religies in Nederland na de reformatie. Je kunt ieder soort ongenoegen op die toren projecteren, met dat ongenoegen op televisie verschijnen of dat in kranten publiceren. Waarschijnlijk zal niemand zich er iets van aantrekken. Peter R. de Vries zal in dit geval bij DWDD laten weten dat je niet moet zeuren en Herman Pleij zal het zo sterk relativeren dat je niet meer buiten durft te komen.

Als je daarentegen op Zwarte Piet racisme projecteert en de wereld deelgenoot maakt van je beledigd zijn en bovendien tot een minderheid behoort, heb je ineens alle aandacht. Peter R. de Vries zal in DWDD zeggen dat je gelijk hebt en Herman Pleij zal aantonen dat Zwarte Piet in de loop der tijden altijd al aan verandering onderhevig was, dus waarom nu niet?

Toen de bewoners van Duindorp van zich lieten horen omdat ze hun cultuur waarin families bij elkaar blijven wonen als bedreigd zagen, ging de warme aandacht uit naar de slachtoffers van hun streven, gediscrimineerde allochtonen, en de Marokkaanse bakker in de buurt stak zijn eigen bedrijf in de brand om nog wat extra bewijs te creëren voor de xenofobie van de Duindorpers.  Dat Duindorpers vrijkomende woningen wilden behouden voor de huisvesting van familieleden, telde niet. Duindorpers hebben geen slachtofferpotentie. Je kunt er geen eer mee inleggen als je voor ze opkomt.

Het zou voor de hand hebben gelegen als mensen als Peter R. de Vries en Herman Pleij het beledigd zijn van Quincy Gario en de zijnen hadden gerelativeerd. Niet zeuren joh!, we hebben schuld betuigd en er is een slavernijmonument, dus laat Zwarte Piet met rust en zoek een ander object om je ongenoegen op te projecteren.

Herman Pleij had natuurlijk gelijk toe hij met overtuiging vertelde dat het Sinterklaasfeest aan veranderingen onderhevig is als gevolg van veranderingen in de cultuur. Daarbij is echter sprake van een geleidelijk en spontaan proces. Nu gaat het om afdwingen door een kleine groep en door dat weg te laten gebruikte ook Herman Pleij een valse spiegel. Een goed voorbeeld maar op de verkeerde en opportunistische manier gebruikt als een valse noot in de discussie. Dat geldt ook voor al degenen die de kinderen waar het om zou gaan bij de discussie gebruikt. Het is bedrieglijke onzin. Sinterklaas is geen kinderfeest. Sinterklaas is een feest dat door volwassenen georganiseerd wordt voor kinderen en zij zijn het die nu oorlog voeren over de vraag hoe Zwarte Piet er voor de kinderen mag uitzien.

De uitslag van de bijna-oorlog wordt niet bepaald door de anti-zwarte pieten of de pro-zwartepieten (Olaf Tempelman noemde ze in de Volkskrant allebei ‘adepten’, maar voegde ‘fanatieke’ toe aan de adepten die Zwarte Piet willen behouden). De uitslag wordt bepaald door het vredesaanbod van de politiek correcten die vinden dat er begrip getoond moet worden voor het beledigd zijn van (gekleurde) mensen die, al dan niet terecht, menen dat Zwarte Piet moet worden opgevat als een symbool van de slavernij van hun voorvaderen en de discriminatie die zij in het heden ervaren.  

Politiek correcten gebruiken de zin: ‘je moet niet zeuren’ alleen tegen eigen landgenoten waar ze hun eigen duistere kant op kunnen projecteren. Ze houden hen een spiegel voor waarin alleen discriminatie, racisme, uit de onderbuik spreken, xenofobie en onverdraagzaamheid te zien is. Wie zich daardoor beledigd voelt heeft wat hen – de politiek correcten- betreft, geen recht van spreken. Volgens mij is dat nu precies waar de hele discussie eigenlijk om draait.

Het is bepaald niet het enige onderwerp waarbij het zo gaat. Bij veel onderwerpen die een rol spelen bij het multiculturele samenleven gaat het op dezelfde manier. Het politiek correcte deel van Nederland veroordeelt de geluiden die haar niet bevallen ten voordele van minderheidsgroepen die het slachtoffer zouden zijn van onheuse bejegening.

Dat de discussie nu zo hoog oploopt heeft te maken met het feit dat het Sinterklaasfeest een volksfeest is. Een groot deel van de bevolking zet zijn hakken in het zand tegen de politiek correcte bevoogding. Ze zien het provocerende gedrag van de anti-pieten met hun spandoek dat Zwarte Piet racisme is, als mogelijk gemaakt door de politiek correcten die de Quincy-groep in bescherming nemen.

Politiek correcten gedragen zich als de moeder die streng en onaardig is voor haar eigen kinderen  maar in een soort fee verandert voor het buurjongetje dat komt spelen. Waarom ze dat doet is voer voor psychologen.

Dat soort feeën zijn vooral te vinden in de (linkse) media, hoger en academisch onderwijs, welzijnswerk,  (linkse) politici, de hogere echelons van overheid en semi-overheid en bij koningin Maxima. De argumentatie die in dit soort kringen is te vinden blinkt zelden uit in logica. In plaats daarvan zijn drogredenaties en halve waarheden bon ton. Wie de ambitie heeft om in die kringen te verkeren leert de taal die daar wordt gesproken en vermijdt risico’s die tot uitstoting zouden kunnen leiden.

Slachtoffergroeperingen weten de weg naar dat soort kringen. Hun ‘trieste’ lot wordt nimmer veroorzaakt door eigen keuzes of cultuur, maar altijd door de ander die racistisch is, discrimineert, uit de onderbuik spreekt, xenofoob of islamofoob is, kortom alles wat een politiek correcte niet is en dat hoort hij graag.

Het wordt tijd dat politieke correctheid die de weg verspert naar oprechte feedback voor slachtoffergroeperingen stevig wordt aangepakt als een beweging die polarisatie veroorzaakt, de samenleving een valse spiegel voorhoudt en minderheidsgroeperingen bevoordeelt.

Houd politiek correcten de spiegel voor!

Zie ook mijn blog over het fenomeen Zwarte Piet




vrijdag 24 oktober 2014

Politieke correctheid is het kwaad van deze tijd

                                                                       
“I believe that political correctness can be a form of linguistic fascism, and it sends shivers down the spine of my generation who went to war against fascism”  P. D. James

Kun je de obesitasepidemie verklaren uit het gebrek aan commentaar uit de sociale omgeving van dikke mensen? Het is weer eens een andere invalshoek dan de oorzaak zoeken bij armoede of bij gemaks- en troostvoedsel. Dat zijn wellicht gemakzuchtige verklaringen die de werkelijke oorzaak verhullen. Het is denk ik vooral de angst om iets te zeggen  dat onaardig wordt gevonden die veel mensen ervan weerhoudt om de juiste feedback te geven. Zelf heb ik niet zo’n moeite om mijn te dik wordende vrienden met een vinger in de buik te porren en gelijktijdige de vraag te stellen: ‘wordt dat niet wat te veel, man?”. Bij vrouwen en kinderen laat ik dat na. De zieligheidsreflex bezorgt mij ook een drempel. Het is niet aardig om zoiets te zeggen en ik wil niet onaardig worden gevonden. 

De meeste dikkerds zijn zelf de bron van hun zieligheid. Bij goedbedoelde opmerkingen exploiteren ze hun ongemak door op hun omgeving een beroep te doen om de opmerking als ‘zoiets zeg je niet’ onschadelijk te maken en degene die de opmerking maakte een schuldgevoel te bezorgen. Het is dan ook de exploitatie van slachtofferschap die ‘politieke correctheid’ te weeg brengt en de ‘olifant in de kamer’ onbenoemd laat. Het slachtoffer exploiteert vaardig de angst bij anderen om onaardig gevonden te worden en biedt de politiek correcte medemens de mogelijkheid om als fatsoensrakker  incorrectheid te straffen. Het is een pyrrusoverwinning voor de dikkerd. Het sociaal ongemak dat hij in zijn omgeving veroorzaakt leidt er toe dat steeds meer mensen hem zullen mijden. Alleen de fatsoensrakkers profiteren. Hun levensspel om te domineren door anderen van onfatsoen te beschuldigen, maakt ieder probleem groter omdat datgene wat gezegd moet worden ongezegd blijft.

Niemand wil de ‘zwarte piet’ krijgen en dat speelt ook een rol in de discussie die Quincy Gario heeft aangezwengeld. Het had anders kunnen lopen als zijn omgeving op tijd zou hebben ingegrepen. Bijvoorbeeld door hem er op te wijzen dat hij het archetype van Zwarte Piet assertiever had kunnen gebruiken door, zwart geschminkt en verkleed, met de roe te zwaaien en iedere discriminerende Nederlander te verzekeren dat hij in de zak zal worden afgevoerd naar Spanje. Quincy Gario kon echter onder de hoede van fatsoensrakkers de projectie van het slavenverleden op een onschuldig archetype exploiteren. Fatsoensrakkers verhinderden dat hem de waarheid werd gezegd en veroordelen degenen die dat wel doen.

René Cuperus werd in zijn column (VK 20-10-2014) helemaal ongelukkig van het gedoe en voorspelt dat het hele Sinterklaasfeest besmeurd raakt en wel ten gronde zal gaan. Intussen wijst hij er fijntjes op dat het om een symbooldiscussie gaat die eigenlijk de spelregels van het toekomstig samenleven in Nederland als onderwerp heeft. Dat is precies het onderwerp dat fatsoensrakkers vermijden. Hun interventie dient eigen glorie en de korte termijn en verhindert de broodnodige kritische discussie en feedback. Zoals een dikkerd zijn ongemak exploiteert, exploiteren fatsoensrakkers diens slachtofferschap. Het levert een ongezonde symbiose op tussen slachtoffers en hun redders met het opgeheven vingertje.

De spelregels van de toekomstige samenleving zijn eigenlijk ook het onderwerp bij de Fransman Eric Zemmour, aan wiens boek: “Le suicide de Français” het programma Nieuwsuur (19-10-2014) aandacht besteedde. Het is zijn verwijt dat de Fransen het aan zichzelf hebben te danken dat hun samenleving instort als gevolg van de onbeperkte instroom van migranten met een andere cultuur. Hij is te vergelijken met de ooit gerespecteerde Duitse econoom Thilo Sarrazin die na zijn boek: ‘Deutschland schafft sich ab’ uit weldenkend Duitsland verbannen werd (. Het is gemakkelijk te voorspellen dat Eric Zemmour, ondanks de grote oplagen waarmee zijn boek verkocht wordt, eenzelfde lot wacht. Wat hij zegt is niet aardig voor migranten en dat biedt fatsoensrakkers weer een uitgelezen kans om met hun opgeheven vingertjes angst en schuldgevoelens op te roepen bij degenen die het zich, vanwege de risico’s, niet kunnen permitteren om als ‘politiek incorrect’ veroordeeld te worden. Vraag bijvoorbeeld Paul Scheffer maar hoe het hem vergaan is na de publicatie van zijn ‘Het multiculturele drama’.

Politieke correctheid is effectiever dan de retorische donderpreken die vroeger vanaf de kansels over het kerkpubliek werden geranseld. De donderprekers riepen de individuele mens ter verantwoording. Iedereen kon het zich aantrekken. Fatsoensrakkers zijn echter de kerkgangers die met het vingertje naar anderen wijzen om zelf beter te lijken. Politieke correctheid is het kwaad van deze tijd. Kamers puilen uit van de olifanten, terwijl allerlei maatschappelijke problematiek ongehinderd blijft groeien.

Het benoemen van maatschappelijke problematiek is een risico geworden. Ik lees het iedere morgen tussen de regels in mijn krant die steeds grijzer wordt. Kolen en geiten worden gespaard, dat is het veiligst.

nb: eerder gepubliceerd op The Post online


  

zondag 12 oktober 2014

Naast Wilders staan miljoenen Nederlanders in het verdachtenbankje

                                                                         
Politieke correctheid wordt een masker voor wat men werkelijk denkt
                                                                             

In de weekendkranten van de NRC en Volkskrant (11 en 12 oktober 2014) was er brede aandacht voor het voornemen van het OM om Wilders te vervolgen voor zijn vraag of men meer of minder Marokkanen wilde. Het publiek brulde massaal ‘minder’ en half Nederland werd daardoor met afschuw vervuld. De andere helft van Nederland heeft waarschijnlijk gedacht: ‘prima, als dat zou kunnen’. Ze zijn gelijk met Wilders als verdachten aan te merken. Ik maak er geen geheim van dat ik bij die laatste helft hoor, al zou ik het graag verfijnen tot ‘gedrag van een groot aantal Marokkanen en radicale moslims’.

De kranten met bijdragen van o.a. Paul Scheffer (NRC) en Kustaw Bessems (VK) geven er ook in hun hoofdartikelen blijk van een vervolging van Wilders niet verstandig te achten. Een min of meer eenzame uitzondering is socioloog Herman Vuijsje die onder de titel: ‘Waarom je Wilders dus niet kunt laten lopen’,  om begrenzing van de discussie en strikte toepassing van de bestaande wetgeving vraagt.

Herman Vuijsje kan in dit verband worden gezien als een apostel van het politiek correcte denken dat in de Nederlandse samenleving andere dan politiek correcte opvattingen verdacht maakt. Vuijsje kan daarbij gezien worden als vertegenwoordiger van een stroming die, behept met een holocausttrauma , al snel in een alarmistische houding schiet en bij wijze van spreken de W.A. alweer door de straten ziet marcheren zodra Wilders weer eens iets provocerends zegt. Het is een vorm van projectie die ongezonde trekjes heeft en ook oproept wat men bestrijden wil. Faoud Sidali, hoofdbestuurslid van de PvdA speelde recent handig in op die angst door te twitteren: ‘Hitler is onder ons. In de gedaante van Wilders’.  Sidali exploiteerde die angst om de discussie over de gebrekkige integratie en normovertredingen van Marokkanen in de kiem te smoren.

Gustaw Bessems verwijst in zijn artikel zijn persoonlijke betrokkenheid bij het holocaustdrama, maar komt met zijn pleidooi voor het afschudden van de angst en zijn oproep tot vertrouwen in de samenleving tot de conclusie dat de discussie buiten de rechtszaal dient te worden gevoerd. Volgens Bessems komt het publieke debat juist goed op gang. Ik heb gerede twijfel of die waarneming juist is. Uit Engeland komen berichten over moslims-gerelateerde wantoestanden die konden ontstaan en groeien omdat in toezichthoudende organen er angst bestond om bij ingrijpen beschuldigd te worden van discriminerend of racistisch gedrag. Die angst bestaat in Nederland ook volop, maar is nog onvoldoende benoemd. Die angst is de vrucht van de oproepers van politieke correctheid waarvan de ‘Vuijsjes en Sidali’s’,  ieder om eigen redenen, de apostelen van zijn.

De angst om veroordeeld te worden vanwege onvoldoende politieke correctheid zit diep en heeft zich ontwikkeld tot een autonoom correctiemechanisme. Alfawetenschappers, journalisten, beleidsmakers en anderen zijn opgesloten in een mentale kooi die een open discussie belemmert. Wie kennis wil nemen van politiek niet correcte informatie, is aangewezen op ‘verdachte’ bronnen en ‘verdachte’ opiniemakers.

Het door de ‘Vuijsjes en Sidali’s’ bevorderde politiek correct denken, heeft geleid tot polarisatie binnen de samenleving die een open discussie bemoeilijkt. In zo’n klimaat kunnen pressiegroepen hun slag slaan omdat de angst van discriminatie of racisme te worden beschuldigd tot zwijgen leidt waar spreken nodig is.

Politieke correctheid beschouw ik als een afgeleide van totalitair denken waarin om opportunistische redenen correcte waarden gecorrumpeerd worden en mensen ten onrechte verdacht worden gemaakt. De vrijheid van meningsuiting is het belangrijkste slachtoffer, terwijl het bij een juiste verdediging onze redding is.

Een toch echt niet domme moslim probeerde me er recent van te overtuigen dat de wereldeconomie in handen is van vijf grote joodse families die onmetelijk rijk zijn en oorlogen initiëren om wapens af te kunnen zetten. Herman Vuijsje zou zich daar beter zorgen om kunnen maken en … om Faoud Sidali.

Peter Louter


dinsdag 23 september 2014

Faalt de Koran, als ISIS faalt en verliest?

                                                                   

   

In een lange recente brief roept ISIS moslims waar ter wereld ook op om actief te worden en aanslagen te plegen in de landen die de coalitie tegen ISIS vormen.

In de brief wordt gesnoefd hoe ISIS de macht wil grijpen in de wereld en dat doet met op de vijand buitgemaakte wapens. Aan de hand van een aantal korancitaten laat ISIS zien hoe ze uitvoering geven aan de opdracht van Allah en hoe die hun gewelddadigheid rechtvaardigt. Essentieel daarbij is de door Allah in de Koran gedane belofte dat hij ter plekke een handje zal helpen als islamitische strijders tegen een overmacht staan. De brief eindigt in een smeekbede van de naar hun overtuiging recht in de leer zijnde strijders van ISIS dat Allah zijn beloften zal waarmaken.

De Koran is op te vatten als een handleiding voor strijd. De verzen verzekeren gedode strijders van een eeuwig paradijselijk leven en geven de overlevenden recht op rijke buit. De verzen geven ook richtlijnen voor de politieke Islam. De onverdunde Koran is het handboek van ISIS die als strijdmacht er in korte tijd in slaagde om grote delen van Syrië en Irak te veroveren. Ze zien dat als bewijs dat Allah aan hun zijde is en rekenen op zijn voortgezette steun.

ISIS is er in korte tijd in geslaagd om de wereld te laten gruwen van de militante en militaire Islam. Onthoofdingsvideo’s, het massaal doden van ketters en ongelovigen, het tot slaaf maken van gevangenen en het uitleven van een schrikbewind in de veroverde gebieden, heeft wereldwijde afschuw opgeroepen en geleid tot de internationale overtuiging dat ISIS vernietigd dient te worden.

Is ISIS een van de laatste oplevingen van de militante Islam? Die vraag kan niet met zekerheid worden beantwoord. Het laat zich echter aanzien dat de wereldwijde afschuw zijn effect zal hebben op moslims en moslimgeleerden. Nu al buitelen ze over elkaar met de haastige bewering dat ISIS niet islamitisch is. Dat is de verkeerde boodschap. ISIS is 100% islamitisch en baseert zich op de Koran en de daden van Mohammed. De boodschap van de ontkenners zou dan ook beter kunnen luiden: dat ze deze opvatting van de Islam als niet meer van deze tijd zien. ISIS maakt in zijn brief korte metten met de opvatting dat ISIS niet islamitisch zou zijn en wijst de ontkenners terecht.

ISIS gaat de strijd verliezen, dat staat nu al vast. In religieuze zin betekent dit dat Allah zijn in de Koran gedane beloften niet waar kan maken en niet langer almachtig zijn strijders kan laten winnen tegen een overmacht. Wat dat betekent voor de moslims die geloofsgetrouw op die steun rekenen is moeilijk te bepalen. Was het de verkeerde oorlog, zijn de beloften uit de Koran loze beloften, is een veroveringsoorlog geen effectief middel meer, moet de islam zijn strijd om de wereld voor Allah te veroveren opgeven? Het zijn niet alleen vragen voor strijdbare moslims, maar voor iedere moslim in de wereld.

Mijn opvatting is dat de Koran wel moet falen. De tekst is tot stand gekomen in een periode van de geschiedenis waarin nog geen internationale coalities als tegenstander opstonden die konden beschikken over een snelle interventiemacht met doeltreffende wapens. De militaire islam is een anachronisme geworden, net zo als de hardvochtige en wraakzuchtige stammengod van de joden een anachronisme is geworden. Allah kan zijn beloften niet langer waar maken en de inhoud van het geloof in hem zal daarmee moeten veranderen.

Dat betekent nog niet dat de Islam zijn missie om de wereld voor Allah te veroveren zal opgeven. Ik heb al eerder gewezen op een aanpak die ik ‘verbaal jihadisme’ heb genoemd. Het is een geweldloze vorm van strijden waarmee moslims onder dekking van autochtone politieke correctheid niet alleen een plaats in niet-islamitische landen proberen te veroveren, maar die plaats ook proberen uit te breiden door zo veel mogelijk mensen te betrekken bij hun strijd tegen het kapitalisme en verfoeide zionisme dat de wereld financieel manipuleert. Dat is de strijd waar de Westerse wereld de komende decennia voor staat. Ook die strijd zal worden gewonnen. De wereld kent geen genade voor een religie die haar belaagt.

De laatste kans voor de Islam is een onderdeel te worden van de Westerse godsdienstvrede waarin gelovigen andersgelovigen respecteren en in hun waarde laten. Dat is mogelijk zodra de Islam de opdracht om de wereld voor Allah te veroveren als een anachronisme gaat zien en zijn beleden voorkeur voor vredelievendheid in praktijk gaat brengen.