Posts tonen met het label Racisme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Racisme. Alle posts tonen

maandag 30 maart 2015

Integreren of 'gediscrimineerd' worden

                                                                     

‘Discriminatie’ en ‘racisme’ zijn de toverwoorden van in Nederland wonende allochtonen. Te pas en nog veel vaker te onpas, worden ze gebruikt om (vermeend) slachtofferschap aan te duiden en de autochtone bevolking in staat van beschuldiging te stellen. Niet zelden worden de termen ook gebruikt om het geweten te sussen bij allerlei soorten van fraude. Als ‘slachtoffer’ mag je wel wat terugpakken als je ‘gediscrimineerd’ wordt.

Discriminatie, laat staan racisme, is veel minder omvangrijk dan wel eens wordt beweerd en aangenomen. Discriminatie in de betekenis zoals veel allochtonen die gebruiken, bestond ook al toen er nog nauwelijks  allochtonen in Nederland verbleven. Als je uit een bepaalde buurt of dorp kwam, van een bepaalde familie was, een bepaalde religie had, je uiterlijk (vooral als vrouw) niet meehad, je slordig kleedde en er onverzorgd uitzag, kwam je onderaan op het lijstje van sollicitanten. Is het discriminatie als bepaalde voor- of afkeuren, eerdere ervaringen met een bepaald type sollicitant, risicoafwegingen en sfeerbewaking een bewuste of onbewuste rol spelen? Of is het gewoon alledaags gezond verstand dat wordt gebruikt om de beste keuze te maken.

Is het discriminatie als altijd dezelfde jongens of meisjes als laatste worden gekozen bij het samenstellen van een elftal of team? Als regel gaat het gewoon om de kwaliteit van een speler en dat kan hard zijn voor iemand die minder kwaliteiten heeft.

Discrimineert een werkgever die na eerdere vervelende ervaringen geen Marokkanen meer aanneemt? Strikt juridisch wellicht wel, maar in de praktijk van alledag doet hij niet anders dan risico’s uitsluiten en als ondernemer doet hij dat dagelijks en op tal van terreinen.

Voor allochtonen is het van belang om te begrijpen wanneer de ervaring van gediscrimineerd worden of gediscrimineerd voelen zich voordoet. Als je niet echt geïntegreerd bent (wanneer ben je geïntegreerd?), kom je niet boven aan de lijst. Vanuit de ervaring dat de meeste allochtonen niet echt geïntegreerd zijn, zal een werkgever of sollicitatieteam dat soms bijna automatisch doen. Let wel: de ervaringen zijn slecht. Dat gaat niet alleen over de beheersing van de Nederlandse taal. Het gaat ook om de andere cultuur. Je hebt niet dezelfde informatie, begrijpt sommige grapjes niet, je voelt je snel achtergesteld, je komt met eisen (een bidplek bijvoorbeeld) wat je collega’s overdreven vinden, of je wilt je hoofddoek blijven dragen terwijl je collega’s dat niet geweldig vinden.

Veel allochtonen hebben een als discriminatie ervaren bejegening in feite te danken aan de hardnekkigheid waarmee men aan eigen cultuur en taal vasthoudt. Dat recht wordt ze niet ontzegd, maar kan geen onderbouwing zijn voor de eis om op dezelfde manier te worden behandeld als een Nederlander. Het woord ‘allochtoon’, in feite een statistische term, zal niet verdwijnen uit het Nederlands spraakgebruik.  De statische term heeft zich ontwikkeld tot een aanduiding van iemand die hier geboren kan zijn en een Nederlands paspoort heeft, maar niet geïntegreerd is.

Een goed geïntegreerde Marokkaan of Turk heeft vaak nog steeds zijn naam en afkomst tegen. Ondanks een wellicht prima C.V. kan een stereotype beoordeling een rol spelen. Wie echter goed geïntegreerd is heeft een breed netwerk dat voor een deel uit autochtonen bestaat en dat hem hulp kan bieden. Wie echt geïntegreerd is zal minder problemen op de arbeidsmarkt ervaren en heeft een grote kans zijn baan langer te behouden dan slecht geïntegreerden die maar al te vaak het eerste jaarcontract niet verlengd zien. Ook ‘schijn-integratie’ is een probleem.

In zijn column ‘De geboren zondebok’ brengt Özcan Akyol (NRC 21032015) het niet-geïntegreerd zijn scherp onder woorden. Over de goedopgeleide Yasmina Haifi, die haar baan op het ministerie van Justitie en Veiligheid verloor vanwege haar tweet waarin ze stelde dat IS niets met de islam heeft te maken, maar een Zionistisch complot is dat door joden werd bedacht om de islam in diskrediet te brengen, schreef Aykol dat ze op dat moment haar masker verloor. Voor even verscheen achter de politiek correcte opstelling, waarmee ze zich door het leven bewoog, haar echte gezicht dat ze normaal thuis zou laten. Yasmina Haifi is daarmee een voorbeeld van schijn-integratie. Ze wil niet dat haar etnische omgeving als kaaskop veroordeelt, ze heeft haar identiteit behouden en ging met een masker op naar haar werk. Het toont aan hoe moeilijk integreren is als je directe omgeving, je thuisland en je religie dat eigenlijk niet van je accepteert.

Voor niet-integreren betaal je een prijs in de samenleving en voor integreren in die samenleving betaal je een prijs bij je traditionele achterban. Wat je ook kiest één van de twee zal je daar voor laten betalen. Je wordt door de kat of door de hond gebeten en als je dat discriminatie noemt draai je oorzaak en gevolg om. Integreren is kiezen. Kiezen voor jezelf levert je binnen de Nederlandse cultuur de meeste kansen op.

(in een artikel in het Parool verwoordde Renzo Verwer eveneens de gedachte dat moslims niet het alleenrecht op discriminatie kunnen claimen, link: artikel )


maandag 12 januari 2015

De meeste moslimse ouders 'houden te weinig' van hun kinderen

                                                                      


Ze houden van het land waar ze vandaan komen. Ze houden van de cultuur die bij dat land hoort en waarin eer een belangrijke rol speelt. Ze houden van hun cultuur waarin de belangen van eigen familie, clan en stam belangrijker zijn dan het algemeen belang en de overheid die dat vertegenwoordigt. Ze houden van de taal van hun thuisland en blijven die thuis spreken. Ze houden van de smaken en geuren van hun land van oorsprong. Ze houden van hun islamitische religie, van de Profeet en van Allah. Ze houden op tribale wijze van hun familie en clan. Ze houden van hun schotel, de navelstreng die hen verbindt met alles waar ze van houden.

Ze houden te weinig of op de verkeerde manier van hun kinderen. Ze bereiden die niet voor op het leven in de Nederlandse samenleving zodat ze daarin succesvol zullen worden. Hun kinderen begrijpen te weinig van de normen en waarden in hun woonland. Hun kinderen gebruiken Nederlands als tweede taal en missen alle nuances van die taal. Het is niet eens zo erg dat ze het regelmatig over die meisje hebben. Veel erger is dat ze veel missen omdat taal de drager en expressie van cultuur is.

Als moslimse ouders echt van hun kinderen zouden houden  en hun kansen zouden willen vergroten bij de deelname in de samenleving waarvan ze deel uit maken, zouden ze het heel anders aanpakken. Maar dat doen ze niet. Ze worden daarbij ook niet gestimuleerd door moslimse voorlieden en vertegenwoordigers van hun thuisland. Dat zijn degenen die ze voorhouden dat de eigen religie, het thuisland en de eigen cultuur een onvervreemdbaar recht is. Daarom moeten ze hun dochter kleden met de vlag van de islam, daarom moeten hun zoons verbaal en fysiek sterk worden. Te lang heeft de Nederlandse overheid dat gesteund, idealistisch en naïef.

Kinderen van moslimse ouders doen het over het algemeen slecht in de Nederlandse samenleving omdat ze vastgehouden worden in de cultuur van hun ouders en daardoor niet in staat zijn om zich thuis te voelen in de cultuur en taal van hun woonland. Op werkplekken waar die cultuur en taal van groot belang zijn, houden ze het vaak niet langer dan een jaarcontract vol. Ze vallen door de mand omdat ze in belangrijke mate de aansluiting missen.

Voor het falen van moslimse ouders om hun kinderen voor te bereiden op de samenleving waar ze deel van uit maken, hebben hun voorlieden bedacht dat de schuld elders ligt dan in eigen gelederen. De Nederlandse samenleving discrimineert hun kinderen, zeggen ze. De Nederlandse samenleving is racistisch, zeggen ze. Vervolgens blazen ze de geringe mate waarin racisme en discriminatie in Nederland voorkomen op tot maximale proporties, wijten het aan islamofobie en betogen dat islamofobie gelijk staat aan racisme. Het is een effectief recept dat in Nederland polarisatie veroorzaakt. De exploitatie van slachtofferschap werkt. Vooral naïef en politiek correct Nederland steunt hun zaak uit angst voor het etiket van discriminatoir of racistisch denken en handelen.

Worden moslimse ouders die hun kinderen uit niet begrepen eigen belang verwaarlozen, misbruikt voor de agenda van anderen? Bijvoorbeeld door het kind een islamitische voornaam te geven? Daar lijkt het wel op. Vanuit hun thuislanden worden ze gemaand de nationaliteit van het thuisland in ere te houden en vanuit de islam worden ze gemaand vooral aandacht te schenken aan de opvoeding van de kinderen in de islamitische tribale cultuur en tradities. Het lijkt er op dat ze weg worden gehouden van integratie in de Nederlandse samenleving omdat dit ten koste zou gaan van de puurheid van de religie. De sociale controle binnen moslimse groeperingen zorgt er voor dat er niet al te veel schaapjes afdwalen.

Bassam Tibi, een in Nederland te weinig gelezen islamoloog, waarschuwt voortdurend voor de politieke islam. Wat hem betreft is het er op of eronder. Of de islam wordt Europees, of Europa wordt islamitisch, stelt hij. Dat is de strijd die gaande is en door te weinigen wordt begrepen. Voorlopig staan we achter in die strijd. Een Europese islam die past in de godsdienstvrede van Europa is nog niet zichtbaar. Het is ook niet in het belang van de islam. Een matiging van de leer verzwakt het kerndoel van de islam om de wereld voor Allah te veroveren.

Annabel Nanninga, columniste bij Jalta.nl mag van politiek correct en naïef Nederland niet zeggen dat het oorlog is. Dat is het natuurlijk wel. De doelen op lange termijn van de islam en de daarop afgestemde strategie worden nog onvoldoende onderkend. Ook moslimse ouders schijnen onvoldoende te beseffen dat ze op manipulatieve wijze worden ingezet voor een strijd die maar al te vaak hun strijd niet is.

Voor Nederland en voor Europese landen is er maar een keuze in deze situatie. De strijd aangaan en volledig in te zetten op integratie. Het is de enige keuze die een Europese islam mogelijk maakt. Het is de enige keuze die van de kinderen van moslimse ouders volwaardige burgers maakt. Het is de enige keuze om de strijd aan te gaan met degenen die de slachting van mensen in naam van de islam overal in de wereld veroorzaken. Het is de enige keuze die kan bijdragen tot meer vrede in de wereld.


Aanvulling. Citaat Paul Scheffer uit NRC van 1 april 2017: . Ik zou tegen die ouders zeggen wat de Turks-Duitse socioloog Necla Kelek ooit schreef: Jullie zijn nooit meer terug naar Turkije gegaan, maar hier gebleven. Jullie verraden de keuze die je in je leven hebt gemaakt door je kinderen op te voeden met de leuze ‘en büyük Türk’, wat zoveel wil zeggen als ‘Turken staan boven iedereen’. Wie zijn kinderen bewust vervreemdt van het land waar ze hun toekomst moeten vinden, draagt bij aan hun mogelijke mislukking.

                                                                            

zaterdag 10 januari 2015

De zweepslagen van de Islam

                                                                        

We leven op voet van oorlog en dat al jaren, we beseffen het alleen niet. De teksten van de koran zijn eenoorlogsverklaring aan alles wat niet islamitisch is. De koran roept op tot strijd tot de wereld van Allah is. De perverse beloningen die de koran belooft zijn buit en slaven of de martelaarsdood die recht geeft op een paradijselijk leven. De aanslagplegers in Parijs kozen voor het laatste.
We zijn niet in oorlog met moslims, we zijn in oorlog met een ideologie die hen motiveert om de Allah uit de koran tevreden te stellen. Hoe maakt niet uit, de ethiek van de strijdbare islam kan worden omschreven als: ‘het doel heiligt de middelen’. De westerse waarden moeten worden gegeseld want de westerse waarden staan haaks op die van de islam en vormen een bedreiging voor de islam.

Tussen alle islamitisch geweld waarmee we de afgelopen week weer werden geconfronteerd, kreeg een berichtje uit de islamitische wereld veel te weinig aandacht. Maar tien regeltjes in mijn ochtendkrant.  Het betreft de veroordeling van de Saoedische blogger Raif Badawi die in Saoedi Arabië werd veroordeeld voor tien jaar cel en duizend zweepslagen omdat hij de islam zou hebben beledigd. De zweepslagen van de islam treffen niet alleen degenen die zich in het Westen verzetten tegen een totalitaire ideologie, ze treffen ook moslims die zich aan kritiek wagen. De waarheid in islamitische landen zit maar al te vaak in de gevangenis, wordt gegeseld, vermoord of wettelijk omgebracht.  Duizend zweepslagen overleef je niet.

De aanslagen in Parijs en de straf voor blogger Raif Badawi komen uit dezelfde bron. De reputatie van de islam, van de koran en van de profeet dient onberispelijk te blijven, boven iedere twijfel verheven te zijn en ‘in submission’ erkend te worden als de ultieme waarheid. Die zogenaamde waarheid wordt met geweld en intimidatie beschermd.

Islamkritiek wordt in Nederland ook nauwelijks geduld. Bekende critici worden gemarginaliseerd en
gedemoniseerd. Het zijn er maar weinig die de moed hebben om het voor hen op te nemen. De islam in Nederland is druk bezig om critici met nieuwe zweepslagen te geselen. De islamcriticus is fobisch en islamofobie staat gelijk aan racisme. De beschuldiging van racisme is een zweepslag, het is verbale intimidatie en ondermijning van reputaties en het werkt. Bekende moslims als Marcouch en Elforkani waren voor de aanslag in Parijs druk bezig met de campagne om islamkritiek als racistisch te bestempelen.  Hun actie komt uit dezelfde bron als de aanslagen in Parijs, het straffen van de blogger Raif Badawi en de vele andere aanslagen op het onthullen van de waarheid en de vrijheid van meningsuiting.

De campagne om islamkritiek tot racisme te verklaren maakt handig gebruik van de Nederlandse wetgeving die racisme verbiedt en van de bestaande gevoeligheid voor termen die ontleend zijn aan de holocaust. Met de gedachte: ‘dat nooit meer’, trapt een deel van de Nederlandse bevolking (de politiek correcten) in de uitgezette val en zijn blind voor de oorlog die de Islam voert tegen westerse waarden.

Na de aanslagen in Parijs haasten figuren als Marcouch en Elforkani zich om te verklaren dat terrorisme met harde hand moet worden bestreden en dat terrorisme  geen islam is. Dat ze zelf aan verbale terreur doen met de campagne om islamcritici tot racisten te verklaren blijft op dit ogenblik even op opportunistische wijze buiten beeld, maar zal als de ontzetting van de afgelopen week is geluwd wel weer gerevitaliseerd worden. Het is immers een plicht die uit de koran voortvloeit. Ineke van de Valk, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam schreef een pseudo-wetenschappelijk  boek om de campagne te steunen en ik vraag me af hoeveel geld ze daarmee voor de universiteit heeft binnengehaald. De islam betaalt goed voor dat soort dingen. Met haar slachtofferretoriek heeft ze politiek correct Nederland tot collaboratie weten te bewegen. Veel zweepslagen worden uitgedeeld door politiek correct Nederland.

Ook Aboutaleb veroordeelde het terrorisme, maar niet de broedstoof die het voortbrengt. De meest wenselijke stap liet hij na. De reputatie van de  islam mag niet besmeurd worden, daarom moet het terrorisme publiekelijk van de islam worden gescheiden. Het is een vorm van schijnheiligheid.
Moediger was Laila Ezzeroli in de opiniebijlage van de Volkskrant van 10 januari 2015.  Ze schrijft: “Ik denk dat we geen afstand moeten nemen van radicaliserende moslims. We moeten juist ondubbelzinnig  zijn en erkennen dat ze een deel van ons zijn. De vijand is uit ons voortgekomen. Uit onze schoot en huizen, uit onze religieuze apologetiek, uit onze boosheid……”
Ondubbelzinnige taal, waarbij de dubbelzinnigheden uit de islamretoriek van op televisie pratende verbale jihadisten in al hun valsheid aan het kruis wordt genageld.

Europeanen roepen ‘Je suis Charlie’, Laila Ezzeroli is een ‘Charlie’, ze voegt de daad bij het woord. Bijna alle moslims weten dat de analyse van Ezzeroli waar is. Het zou daarom mooi zijn als moslims moedig zouden roepen ‘Ik ben Laila’, maar dat mogen ze niet van hun geloof. En daar, precies daar, zit het probleem van de islam. Je mag alleen wat het geloof voorschrijft. Als je je daar niet aan houdt volgen er zweepslagen.





woensdag 26 november 2014

De dubbele agenda van de strijd tegen Islamofobie

                                                                           


De Islam heeft een imago-probleem. Sinds de aanval op de Twin-Towers raken steeds meer mensen zich bewust van de kanten van de Islam die tot dan toe niet tot het grote publiek waren doorgedrongen. Moslimse voorlieden die nog beweren dat ‘Islam’ vrede betekent, worden nog maar zelden geloofd. Terreuracties, terreurgroepen, het vervolgen van andere religies in nagenoeg alle islamitische landen, het zwijgen opleggen aan mensen die zich voor de vrijheid van meningsuiting inzetten, agressie, virulent antisemitisme, homo's pesten en aan moslims toegeschreven criminaliteit scheppen wereldwijd een beeld van de Islam dat steeds minder sympathie ontmoet.

Negatief imago

Het negatieve imago van de Islam is ook van invloed op de bejegening van moslims in het Westen. Die is kritisch en richt zich vooral op moslims die zich in de media uitspreken. Die ontmoeten weinig vertrouwen, scepticisme en soms weerzin. Ook de gewone moslim ervaart dit in zijn dagelijks leven in de vorm van toenemende afstand in het sociale verkeer. Emcemo-voorzitter en beroepsmoslim  A. Benebhi bracht dat als volgt onder woorden: “Volgens Menebhi geven de ISIS-aanhangers met hun uitspraken en hun sympathie voor extremisten voeding aan politici als Wilders. "Wat deze kleine extreme groep vooral bereikt is dat de Nederlandse bevolking bang wordt voor moslims en dat moslims nog meer zullen worden buitengesloten."  
Lijkt me flauwekul. Angst voor de Islam lijkt me terecht gezien allerlei teksten in de koran. Dat betekent nog bepaald niet dat je bang hoeft te zijn voor moslims. Vooral niet voor degenen die laten merken dat ze zouden willen dat 'Islam' wél vrede zou moeten betekenen.

Tegenbeweging

Vanuit de Islam is een tegenbeweging gestart onder de naam van ‘bestrijding vanislamofobie’. Die kwaal zal nog maar zelden als hersenschim in psychiatrische dossiers zijn geboekstaafd, maar vanuit de Islam wordt die wereldwijd bestreden. Europa heeft zich in overeenkomsten met het OIC (Organization Islamic Conference) verplicht om de Islam positief in beeld te brengen. Daar is veel subsidie voor beschikbaar en een deel daarvan stroomt naar de bestrijding van islamofobie. Er is zelfs een in drie talen verschenen boek geschreven door Ineke van der Valk waarin betoogd wordt dat islamofobie een vorm van racisme is. Het voorwoord is nota bene van Hirsch Ballin. 

De term is eigenlijk een weerstand opwekkende drager voor de strijd tegen de discriminatie die moslims vanwege hun religie zouden ondervinden.  Bestrijding van islamofobie zou je als logische stap niet verwachten.  Je zou verwachten dat Nederlands-Islamitische organisaties er alles aan zouden doen om vol de strijd aan te gaan met alles waarmee de Islam en moslims weerzin opwekken. Dat ze de Islam zouden omvormen tot een religie die in het Europese landschap van godsdienstvrede zou passen door afstand te doen van de kernzin uit de Koran (en alles wat daar uit volgt):

-"Strijdt tegen hen tot de afgodendienst niet meer bestaat en de religie geheel aan Allah behoort." [2:193, herhaald in 8:39].

Verkeerde aanpak

Of dat ze er alles aan zouden doen om de thuislandcultuur van veel moslims die een succesvolle ontwikkeling en integratie in de Nederlandse samenleving belemmeren, aan te pakken.
Vanuit de Islam doet men niet (of mondjesmaat voor de Bühne) wat je zou verwachten om de problemen die moslims ervaren op te lossen. In plaats daarvan leggen ze het probleem buiten eigen kring en met name bij al degenen die volgens het recept van de Islam aan ‘islamofobie’ lijden.
De Islam is in dit verband te zien als een voortdenderende trein die stoplichten en onbeveiligde overgangen negeert in haar vastbeslotenheid de Nederlandse samenleving aan te vallen vanwege haar ziekelijke afwijzing van de Islam. Het instituut Emcemo dat de nodige subsidie ontvangt is al geruime tijd bezig islamofobie onder de aandacht te brengen en heeft recentelijk een trits cursussen opgezet rond de bestrijding van islamofobie. 
Ik zie het als een vorm van verbale jihad.

Handige propaganda

Wie de teksten op haar website bezoekt, ziet al gauw de handigheid waarmee het eigen probleem verstopt is tussen allerlei termen die voor overheidsbesturen acceptabel zijn. Ze strijdt tegen discriminatie, radicalisering, antisemitisme, racisme en homofobie. Ze netwerkt zich in de rondte om dat aan de man te brengen. Heel handig koppelt ze haar eigen wagon aan dat soort termen om onder de bescherming daarvan de eigen agenda uit te voeren en het bestuur van de trein over te nemen.
Als de in Nederland bestaande islamitische organisaties het werkelijk menens is met de bestrijding van het antisemitisme, de homofobie en de vrouwonvriendelijkheid die vooral onder moslims voorkomt, zouden we daar al lang iets van gezien en gemerkt hebben. Tot nu toe waren het vooral loze woorden.

Dubbele agenda

Inmiddels is Ahmed Marcouch, lid van de Tweede Kamer en bevriend met het Marokkaanse Emcemo op dezelfde trein gestapt en liet dinsdag 25 november 2014 via nu.nl weten dat discriminatie veel zwaarder moet worden gestraft. Nu.nl meldde: “Als het aan de sociaaldemocraat ligt, worden discriminatie en racisme zogeheten high impact crimes. Dergelijke misdrijven vallen onder het topprioriteitenbeleid van minister Ivo Opstelten. "Zeker nu dit soort laffe uitingen via de sociale media zo breed verspreid worden, kunnen we wel spreken van high impact crimes. De impact van racisme en discriminatie op het slachtoffer is net zo heftig als de impact van een overval of een inbraak."

Het kan als toeval worden gezien dat Marcouch met zo’n tekst komt op het moment dat Emcemo net bezig is met anti-islamofobiecursussen en er in Rotterdam  een onderzoek start naar islamofobie. 
Ik zie het als knappe propaganda, maar voor de verkeerde zaak. Islamofobie is niet de kwaal, dat is de Islam en het duidelijke onvermogen (laat staan onwil) om de beduchtheid voor de islam te vertalen in een aanpak die de redenen voor die beduchtheid wegneemt. 

Zieke patient

De Islam is een zieke patiënt die aan een gevaarlijk virus lijdt en toch wil dat iedereen hem een hand geeft. Wie die hand weigert moet worden vervolgd. Die lijdt aan islamofobie. Islamofobie is een vorm van racisme die volgens de Islamitische organisaties in Nederland en volgens Ahmed Marcouch heftig moet worden bestreden. Het gezonde verstand dat de Islam in zijn huidige vorm niet accepteert, moet gezien worden als een gevaar voor de samenleving.  Het gedram daarover beschouw ik als een gevaar voor de geestelijke gezondheid in Nederland. Mensen die niet gek zijn, gek verklaren,  zou in een gezonde democratie niet moeten kunnen.



dinsdag 18 november 2014

Het bevoordelen van slachtoffergedrag van minderheden

                                                                       
Tijl Uilenspiegel liet mensen hun dwaasheid zien
 


Tijl Uilenspiegel was in zijn tijd een schelm die mensen een spiegel voorhield. Zo is Quincy Gario een hedendaagse schelm, maar de spiegel die hij Nederland voorhoudt laat een vals beeld zien.
Je kunt in een oude kerktoren bijvoorbeeld het symbool zien van de onbarmhartige inquisitie, de genocide op de Katharen of de onderdrukking van religies in Nederland na de reformatie. Je kunt ieder soort ongenoegen op die toren projecteren, met dat ongenoegen op televisie verschijnen of dat in kranten publiceren. Waarschijnlijk zal niemand zich er iets van aantrekken. Peter R. de Vries zal in dit geval bij DWDD laten weten dat je niet moet zeuren en Herman Pleij zal het zo sterk relativeren dat je niet meer buiten durft te komen.

Als je daarentegen op Zwarte Piet racisme projecteert en de wereld deelgenoot maakt van je beledigd zijn en bovendien tot een minderheid behoort, heb je ineens alle aandacht. Peter R. de Vries zal in DWDD zeggen dat je gelijk hebt en Herman Pleij zal aantonen dat Zwarte Piet in de loop der tijden altijd al aan verandering onderhevig was, dus waarom nu niet?

Toen de bewoners van Duindorp van zich lieten horen omdat ze hun cultuur waarin families bij elkaar blijven wonen als bedreigd zagen, ging de warme aandacht uit naar de slachtoffers van hun streven, gediscrimineerde allochtonen, en de Marokkaanse bakker in de buurt stak zijn eigen bedrijf in de brand om nog wat extra bewijs te creëren voor de xenofobie van de Duindorpers.  Dat Duindorpers vrijkomende woningen wilden behouden voor de huisvesting van familieleden, telde niet. Duindorpers hebben geen slachtofferpotentie. Je kunt er geen eer mee inleggen als je voor ze opkomt.

Het zou voor de hand hebben gelegen als mensen als Peter R. de Vries en Herman Pleij het beledigd zijn van Quincy Gario en de zijnen hadden gerelativeerd. Niet zeuren joh!, we hebben schuld betuigd en er is een slavernijmonument, dus laat Zwarte Piet met rust en zoek een ander object om je ongenoegen op te projecteren.

Herman Pleij had natuurlijk gelijk toe hij met overtuiging vertelde dat het Sinterklaasfeest aan veranderingen onderhevig is als gevolg van veranderingen in de cultuur. Daarbij is echter sprake van een geleidelijk en spontaan proces. Nu gaat het om afdwingen door een kleine groep en door dat weg te laten gebruikte ook Herman Pleij een valse spiegel. Een goed voorbeeld maar op de verkeerde en opportunistische manier gebruikt als een valse noot in de discussie. Dat geldt ook voor al degenen die de kinderen waar het om zou gaan bij de discussie gebruikt. Het is bedrieglijke onzin. Sinterklaas is geen kinderfeest. Sinterklaas is een feest dat door volwassenen georganiseerd wordt voor kinderen en zij zijn het die nu oorlog voeren over de vraag hoe Zwarte Piet er voor de kinderen mag uitzien.

De uitslag van de bijna-oorlog wordt niet bepaald door de anti-zwarte pieten of de pro-zwartepieten (Olaf Tempelman noemde ze in de Volkskrant allebei ‘adepten’, maar voegde ‘fanatieke’ toe aan de adepten die Zwarte Piet willen behouden). De uitslag wordt bepaald door het vredesaanbod van de politiek correcten die vinden dat er begrip getoond moet worden voor het beledigd zijn van (gekleurde) mensen die, al dan niet terecht, menen dat Zwarte Piet moet worden opgevat als een symbool van de slavernij van hun voorvaderen en de discriminatie die zij in het heden ervaren.  

Politiek correcten gebruiken de zin: ‘je moet niet zeuren’ alleen tegen eigen landgenoten waar ze hun eigen duistere kant op kunnen projecteren. Ze houden hen een spiegel voor waarin alleen discriminatie, racisme, uit de onderbuik spreken, xenofobie en onverdraagzaamheid te zien is. Wie zich daardoor beledigd voelt heeft wat hen – de politiek correcten- betreft, geen recht van spreken. Volgens mij is dat nu precies waar de hele discussie eigenlijk om draait.

Het is bepaald niet het enige onderwerp waarbij het zo gaat. Bij veel onderwerpen die een rol spelen bij het multiculturele samenleven gaat het op dezelfde manier. Het politiek correcte deel van Nederland veroordeelt de geluiden die haar niet bevallen ten voordele van minderheidsgroepen die het slachtoffer zouden zijn van onheuse bejegening.

Dat de discussie nu zo hoog oploopt heeft te maken met het feit dat het Sinterklaasfeest een volksfeest is. Een groot deel van de bevolking zet zijn hakken in het zand tegen de politiek correcte bevoogding. Ze zien het provocerende gedrag van de anti-pieten met hun spandoek dat Zwarte Piet racisme is, als mogelijk gemaakt door de politiek correcten die de Quincy-groep in bescherming nemen.

Politiek correcten gedragen zich als de moeder die streng en onaardig is voor haar eigen kinderen  maar in een soort fee verandert voor het buurjongetje dat komt spelen. Waarom ze dat doet is voer voor psychologen.

Dat soort feeën zijn vooral te vinden in de (linkse) media, hoger en academisch onderwijs, welzijnswerk,  (linkse) politici, de hogere echelons van overheid en semi-overheid en bij koningin Maxima. De argumentatie die in dit soort kringen is te vinden blinkt zelden uit in logica. In plaats daarvan zijn drogredenaties en halve waarheden bon ton. Wie de ambitie heeft om in die kringen te verkeren leert de taal die daar wordt gesproken en vermijdt risico’s die tot uitstoting zouden kunnen leiden.

Slachtoffergroeperingen weten de weg naar dat soort kringen. Hun ‘trieste’ lot wordt nimmer veroorzaakt door eigen keuzes of cultuur, maar altijd door de ander die racistisch is, discrimineert, uit de onderbuik spreekt, xenofoob of islamofoob is, kortom alles wat een politiek correcte niet is en dat hoort hij graag.

Het wordt tijd dat politieke correctheid die de weg verspert naar oprechte feedback voor slachtoffergroeperingen stevig wordt aangepakt als een beweging die polarisatie veroorzaakt, de samenleving een valse spiegel voorhoudt en minderheidsgroeperingen bevoordeelt.

Houd politiek correcten de spiegel voor!

Zie ook mijn blog over het fenomeen Zwarte Piet




zondag 12 oktober 2014

Naast Wilders staan miljoenen Nederlanders in het verdachtenbankje

                                                                         
Politieke correctheid wordt een masker voor wat men werkelijk denkt
                                                                             

In de weekendkranten van de NRC en Volkskrant (11 en 12 oktober 2014) was er brede aandacht voor het voornemen van het OM om Wilders te vervolgen voor zijn vraag of men meer of minder Marokkanen wilde. Het publiek brulde massaal ‘minder’ en half Nederland werd daardoor met afschuw vervuld. De andere helft van Nederland heeft waarschijnlijk gedacht: ‘prima, als dat zou kunnen’. Ze zijn gelijk met Wilders als verdachten aan te merken. Ik maak er geen geheim van dat ik bij die laatste helft hoor, al zou ik het graag verfijnen tot ‘gedrag van een groot aantal Marokkanen en radicale moslims’.

De kranten met bijdragen van o.a. Paul Scheffer (NRC) en Kustaw Bessems (VK) geven er ook in hun hoofdartikelen blijk van een vervolging van Wilders niet verstandig te achten. Een min of meer eenzame uitzondering is socioloog Herman Vuijsje die onder de titel: ‘Waarom je Wilders dus niet kunt laten lopen’,  om begrenzing van de discussie en strikte toepassing van de bestaande wetgeving vraagt.

Herman Vuijsje kan in dit verband worden gezien als een apostel van het politiek correcte denken dat in de Nederlandse samenleving andere dan politiek correcte opvattingen verdacht maakt. Vuijsje kan daarbij gezien worden als vertegenwoordiger van een stroming die, behept met een holocausttrauma , al snel in een alarmistische houding schiet en bij wijze van spreken de W.A. alweer door de straten ziet marcheren zodra Wilders weer eens iets provocerends zegt. Het is een vorm van projectie die ongezonde trekjes heeft en ook oproept wat men bestrijden wil. Faoud Sidali, hoofdbestuurslid van de PvdA speelde recent handig in op die angst door te twitteren: ‘Hitler is onder ons. In de gedaante van Wilders’.  Sidali exploiteerde die angst om de discussie over de gebrekkige integratie en normovertredingen van Marokkanen in de kiem te smoren.

Gustaw Bessems verwijst in zijn artikel zijn persoonlijke betrokkenheid bij het holocaustdrama, maar komt met zijn pleidooi voor het afschudden van de angst en zijn oproep tot vertrouwen in de samenleving tot de conclusie dat de discussie buiten de rechtszaal dient te worden gevoerd. Volgens Bessems komt het publieke debat juist goed op gang. Ik heb gerede twijfel of die waarneming juist is. Uit Engeland komen berichten over moslims-gerelateerde wantoestanden die konden ontstaan en groeien omdat in toezichthoudende organen er angst bestond om bij ingrijpen beschuldigd te worden van discriminerend of racistisch gedrag. Die angst bestaat in Nederland ook volop, maar is nog onvoldoende benoemd. Die angst is de vrucht van de oproepers van politieke correctheid waarvan de ‘Vuijsjes en Sidali’s’,  ieder om eigen redenen, de apostelen van zijn.

De angst om veroordeeld te worden vanwege onvoldoende politieke correctheid zit diep en heeft zich ontwikkeld tot een autonoom correctiemechanisme. Alfawetenschappers, journalisten, beleidsmakers en anderen zijn opgesloten in een mentale kooi die een open discussie belemmert. Wie kennis wil nemen van politiek niet correcte informatie, is aangewezen op ‘verdachte’ bronnen en ‘verdachte’ opiniemakers.

Het door de ‘Vuijsjes en Sidali’s’ bevorderde politiek correct denken, heeft geleid tot polarisatie binnen de samenleving die een open discussie bemoeilijkt. In zo’n klimaat kunnen pressiegroepen hun slag slaan omdat de angst van discriminatie of racisme te worden beschuldigd tot zwijgen leidt waar spreken nodig is.

Politieke correctheid beschouw ik als een afgeleide van totalitair denken waarin om opportunistische redenen correcte waarden gecorrumpeerd worden en mensen ten onrechte verdacht worden gemaakt. De vrijheid van meningsuiting is het belangrijkste slachtoffer, terwijl het bij een juiste verdediging onze redding is.

Een toch echt niet domme moslim probeerde me er recent van te overtuigen dat de wereldeconomie in handen is van vijf grote joodse families die onmetelijk rijk zijn en oorlogen initiëren om wapens af te kunnen zetten. Herman Vuijsje zou zich daar beter zorgen om kunnen maken en … om Faoud Sidali.

Peter Louter


woensdag 4 juni 2014

'Racisme' is een verouderd woord

                                                                           
DNA 

Het deel van de genetici dat zich bezig houdt met het onderzoek naar de geschiedenis van de mensheid is het er wel over eens. Het DNA van mensen verschilt en geeft aanleiding tot het onderscheiden van drie menselijke rassen die ieder hun eigen evolutionaire geschiedenis hebben. Genetici zien drie grote rassen als genetisch duidelijk te onderscheiden groeperingen. Het is het Afrikaanse ras dat zich vanaf de Sahara verspreid heeft naar het zuiden en het hele continent bevolkt heeft. De tweede duidelijk te onderscheiden groepering betreft het Kaukasisch ras dat behalve Europa ook de volkeren van Noord-Afrika, het Midden-Oosten en West-Azie tot en met India omvat. De derde groepering is het Oost-Aziatisch ras dat onder meer China en Japan omvat.
De door genetici gevonden kenmerken wijzen op een min of meer gescheiden ontwikkeling die tienduizenden jaren geleden begon en voor ieder van de drie groeperingen afzonderlijke evolutionaire aanpassingen meebracht.

De hedendaagse kennis over afstammingsreeksen is door Nicholas Wade in zijn baanbrekende boek: ‘A troublesome inheritance, genes, race and human history’(2014), samengebracht. Wade is zich welbewust van de impact van de bevindingen van genetici. In het begin van zijn boek schrijft hij daarover: 
‘Several of the intelectual barriers erected many years ago to combat racism now stand in the way of studying the recent evolutionary past. This include the assumption that there has been no recent human evolution and the assertion that races do not exist’. 
Wade weet dat het lang kan duren voor nieuwe inzichten worden geaccepteerd. Hij citeert dan ook met een zekere gelatenheid de econoom Samuelson die gezegd zou hebben: “De wetenschap ontwikkelt zicht van begrafenis tot begrafenis”.

‘Racisme’ is eigenlijk al veel langer, zeker voor Europa, een verouderd woord. Het gaat terug naar de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw toen biologen en criminologen zich nog onbekommerd bezig konden houden met het onderscheiden van ‘rassen’ aan de hand van lichaamskenmerken. Wetenschappelijk gezien was het een onjuiste richting. Maar het is een kenmerk van de wetenschap dat ze nogal eens in de verkeerde richting zoekt en daar vervolgens op terugkomt. Het zijn de Nazi’s geweest die het onderzoek verder in diskrediet hebben gebracht door joden te bestempelen als behorend tot een inferieur ras en die de wereld daarvan wilden bevrijden. Racisme heeft sindsdien een kwade reuk en dat is meer dan terecht. Het is echter een zienswijze die sindsdien een soort Godwin is geworden en als beschuldiging wordt gebruikt tegen groepsoordelen en groepsvooroordelen. De Marokkaan die bij een slecht cijfer zijn autochtone leraar van racisme beschuldigt, is (nog) onwetend van het feit dat ze beiden tot het Kaukasische ras behoren. Dat geldt overigens ook voor de joden. Over de laatsten heeft het genetisch onderzoek tot interessante conclusies geleid. Het blijkt dat joodse mannen terug te brengen zijn tot enkele stamvaders, terwijl dat bij joodse vrouwen absoluut niet het geval is. Het wijst er op dat er een tijd moet zijn geweest waarin joodse mannen nogal eens met vrouwen uit andere lokale groeperingen trouwden.

Het onderzoek van genetici laat zien dat er binnen de drie te onderscheiden rassen sprake is van deelverschillen waardoor er sprake is van etniciteiten die dezelfde raskenmerken delen maar als groep een eigen ontwikkeling hebben gekend.
Waar laten die nieuwe inzichten ons? ‘Racisme’ is zoals het nu toegepast wordt in feite een nauwelijks bruikbaar begrip geworden. Dat geldt bijvoorbeeld niet voor de termen discriminatie of antisemitisme. Dat zijn en blijven bruikbare woorden omdat ze een kenbare realiteit beschrijven. Antisemitisme is vooral wijdverbreid binnen de Islam en wordt om politieke redenen te weinig als zodanig aangemerkt. Wat mij betreft gaat het zelfs verder en is er sprake van demonisering van de joden als groep.

Marokkanen kunnen hun leraar of een politieagent op straat niet meer van racisme beschuldigen. Wat hen overblijft is discriminatie en daarvan is sprake als ze onderscheidenlijk behandeld worden louter en alleen omdat ze behoren tot een andere  etnische groepering. Daar is echter veel minder vaak sprake van dan nogal eens wordt aangenomen. Ook 'xenofobie' wordt regelmatig ten onrechte gebruikt. Als er nauwkeurig wordt gekeken hebben etnische groeperingen, welke dan ook, bij iedereen wel een bepaalde reputatie. Die bevindt zich in een bepaald geval ergens in het spectrum van uiterst negatief tot zeer positief. Het behoort tot het menselijk en waarschijnlijk genetisch vastgelegd gedrag om zijn omgeving te beoordelen op gevaren en risico’s en gegeneraliseerde reputaties zijn daar een hulpmiddel bij. Dat gebeurt bijvoorbeeld ook met ouderen op de arbeidsmarkt.

‘Racisme’ is een verouderd woord. Het heeft terecht een slechte reputatie, maar behoort tot het verleden. Wie iemand van racisme beschuldigt gebruikt in feite een Godwin en weet eigenlijk niet waar hij het over heeft. Ik hoop dat het moedige boek van Nicholas Wade snel wordt vertaald en een brede verspreiding krijgt.


nb. Meindert Fennema sprak zich al eerder uit tegen het opportunistisch gebruik van de term racisme: 'Racisme zonder ras is gevaarlijke onzin'