Posts tonen met het label integratie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label integratie. Alle posts tonen

dinsdag 17 juli 2018

Polen en de Joden, een ingewikkelde geschiedenis

Polen wensen dat joden vertrekken naar Israël (voor WOII)


Aan het begin van de negentiende eeuw verbleef viervijfde van het aantal joden in de wereld in  Polen. Ze vormden zo’n tien procent van de bevolking. Polen was vanaf de middeleeuwen een aantrekkelijke vestigingsplaats voor joden omdat er tolerantie bestond en joden compleet zelfbestuur werd toegestaan. Dat zelfbestuur was georganiseerd in lokale ‘kahals’. Een paradijs voor joden werd Polen genoemd. De tolerantie was vooral afkomstig vanuit de Poolse (land)adel die zestig procent van de Poolse grond, inclusief de daarin aanwezige dorpen en steden, bezat. De (land)adel bestond uit ongeveer tien procent van de Poolse bevolking, in Europa een unieke situatie. Tot begin van de negentiende eeuw bestond de Poolse bevolking uit ‘horigen’ die min of meer eigendom van de adel waren. De toevloed van joden werd door de adel verwelkomd omdat ze voorzagen in een groot aantal functies die de adel liever niet door autochtone Polen vervuld zag. De joden werden arts, apotheker, advocaat, handelaar, bankier, winkelier, rentmeester en leraar. De joden domineerden, onder andere door verkregen monopolies, de economie. Hoewel een deel van de joden arm was, werd een ander deel steenrijk. Ze kochten landgoederen en sommigen werden tot de adel toegelaten.

Het ‘joodse paradijs’ kwam onder druk te staan nadat in het begin van de negentiende eeuw Polen werd opgedeeld tussen Hongarije, Pruissen en Rusland. Er ging een geheel andere wind waaien. De adel had niet langer de absolute macht en de drie bezetters keken ook heel anders tegen de tolerantie voor joden aan. Het zelfbestuur van de ‘kahals’ werd teruggebracht tot religieuze zaken. De bezetters stuurde aan op integratie van de joden. Hongarije was daarbij het gematigst, Pruissen grondig en Rusland het wreedst. Joden moesten een achternaam kiezen, werden staatsburger, moesten belasting betalen en soms in militaire dienst. De maatregelen die tot integratie moesten leiden werden geleidelijk aan strenger. Er was veel verzet tegen en dat verzet bracht niet alleen emigratie naar Frankrijk, Engeland en Amerika voort, maar ook het groeiend besef onder joden dat alleen een eigen staat tot permanente veiligheid zou leiden. De Poolse Ben Goerion was één van de voortrekkers voor dat idee.

Ondertussen wisten de meeste joden zich goed te redden en pasten zich aan aan de nieuwe omstandigheden. Hun dominantie is het economisch verkeer en de dienstverlening bleef in stand. Deze situatie leidde tot groeiend ongenoegen van de autochtone Polen die verder weinig fiducie hadden in de maatregelen die tot integratie zouden moeten leiden. De geschiedenis op dit punt vertoont veel overeenkomsten met de huidige integratieproblematiek in de West-Europese landen. Die geschiedenis zoals opgetekend door Norman Davis in zijn boek ‘Gods playground’, laat een groeiende animositeit ten opzichte van joden zien. Die animositeit werd sterker toen aan het begin van de twintigste eeuw grote aantallen Russische joden naar Polen vluchtten.

Een van mijn gesprekspartners in Polen hield me voor dat de beschuldiging van ‘antisemitisme’ tegen de Poolse bevolking, vergeleken kan worden met de beschuldiging van islamofobie in West-Europa. Er is antisemitisme in Polen, maar de kritiek van veel Polen op de joden heeft daar niets mee van doen. Veel Polen leden onder de economisch dominante joden. Een oude dame die ik sprak, citeerde haar vader die placht te zeggen: “De straten zijn van ons, maar de huizen zijn van hun”. Daarmee verwees hij naar de vele joden die woningen in huurkazernes verhuurden en dat niet altijd even netjes deden. Er is ook een zekere woede aanwezig omdat in de ogen van Polen joden zich het drama van WOII hebben toegeëigend. Er zijn plm drie miljoen Poolse joden omgekomen. Dat er ongeveer net zoveel Poolse slachtoffers waren, lijkt de wereld te vergeten. ‘Bloodlands’, een boek van Timothy Snijder, heeft daar wel oog voor. De geschiedenis van Polen met de joden, kan niet begrepen worden vanuit een West-Europees perspectief, maar moet begrepen worden vanuit de geschiedenis van Polen die een heel andere was dan in West-Europa. De kritische houding in Polen ten opzichte van de joden wordt ten onrechte vaak ‘antisemitisme’ genoemd, terwijl het in feite niets anders is dan een weergave van de bittere ervaringen van autochtone Polen.

Die bitterheid is nog toegenomen nadat Jan Grabowski, als jood geboren in Polen en nu verbonden aan de universiteit in Ottawa, een boek publiceerde waarin hij het Poolse volk er van beschuldigde een groot aandeel in de holocaust te hebben gehad. Hij doet dat in feite op dezelfde gronden als welke voor Nederland zouden kunnen gelden. Ook in Nederland was sprake van jodenjacht waarin de Nederlandse politie een aandeel had, van verraad, koppengeld en het toe-eigenen van joodse bezittingen. Daar staat verzet tegenover en die was in Polen omvangrijk. Ongeveer 450.000 Poolse joden overleefden de barbarij. De wreedheid van de nazi’s in Polen kan niet worden vergeleken met die in Nederland. Grabowski kleineert ten onrechte de inspanningen van veel Polen die samen 450.00 Poolse joden wisten te redden. Van alle landen heeft Polen de meeste onderscheidingen van  Yad Vashem toegekend gekregen. Grabowski kreeg echter ook in Nederland veel gunstige publiciteit. ‘Polen weigert in het reine te komen met zijn oorlogsverleden’ kopte het NRC. Dat was een regelrechte leugen.

Polen zijn lichtgeraakt als hen verwijten worden gemaakt over hun omgang met de geschiedenis van de joden in Polen. Die verwijten komen als regel van mensen uit landen die een heel andere geschiedenis met joden hebben dan Polen en dat niet beseffen. Ook Israël doet er weinig aan om een juist beeld te scheppen van de aanwezigheid van joden in Polen en de Poolse regering verwijt dat Israël. De spanningen tussen Polen en Israël zijn nog verder opgelopen nadat de Poolse premier Morawiecki begin 2018 sprak over ‘joodse daders’. Polen heeft echter het recht om daar op te wijzen al is het ook tegen de stroom in. De joden als handlangers bij de onderdrukking van de Polen door de adel, waren daders. De Poolse joden met bolsjewistische sympathieën die aan de verkeerde kant stonden bij de Pools-Russische oorlog (1919-1921) waren daders. De Poolse joden die elkaar in WOII aangaven bij de nazi’s, waren daders. De Poolse joden die collaboreerden met de nazi’s waren daders. De Russische joden die tijdens de Russische bezetting de veiligheidsdiensten en inlichtingendiensten in meerderheid bemanden en in Polen gevreesd werden vanwege hun wrede en nietsontziende aanpak, waren daders. Die Russische joden werden in 1956 op verzoek van de Poolse regering onder Gomoelka, teruggehaald naar Rusland omdat hun optreden alleen maar grote weerstand tegen het communisme opriep onder de Polen.

De Polen hoeven niet echt in het reine te komen met hun verleden. In 2014 is in Warschau op de plaats van het oude ghetto een enorm museum geopend dat niet alleen aan de holocaust is gewijd, maar ook aan de geschiedenis van de joden in Polen. Degenen die in het reine moeten komen met hun verleden zijn de joden zelf. Zij zullen onder ogen moeten zien dat hun verleden in Polen er niet alleen van joodse slachtoffers was, maar ook van joodse daders.  Kritiek op joden moet mogen zonder het verwijt van ‘antisemitisme’ te krijgen.




dinsdag 26 september 2017

Er zit geen toekomst in het moslim-zijn

                                                                   
De agressieve aanpak levert weerstand op
Je merkt het aan de woorden. Lieve woordjes als ‘Medelander’ of ‘nieuwe Nederlander’ zie en hoor je bijna nergens meer. De tegemoetkomendheid is langzaam aan het verdwijnen. De Nederlandse overheid keert zich tegen de meest orthodoxe vorm van de islam, het salafisme, zonder dat dit discussie oplevert. De multiculturele samenleving wordt, behalve door de drie musketiers van DENK, breed afgewezen. Vluchtelingenstromen worden afgestopt. De tegemoetkomende houding naar islamitische nieuwkomers is door hen niet wederkerig beantwoord. De bereidheid om nieuwe instromers te verwelkomen is sterk bekoeld..

Het wordt steeds duidelijker dat de islam op geen enkele wijze te verenigen is met de West-Europese cultuur. De islam wordt in toenemende mate afgewezen. Ook het simpele antwoord van de islamitische voorlieden dat de afwijzing op ‘racisme’ en ‘discriminatie’ berust, ontmoet tegenwoordig meer hoon dan instemming.

Iedere nieuwe regering komt met strengere maatregels over de inburgering om na vier jaar te constateren dat het niet werkt. Als opeenvolgende maatregelen geen zicht op een oplossing bieden, zal de tijd komen waarin de conclusie dat moslims niet integreren onvermijdelijk wordt. Islamitische woordvoerders erkennen de situatie al langere tijd. Ze houden de Nederlandse samenleving en moslims voor dat ze acceptatie prefereren boven integratie. Die opstelling legt de kern bloot van het multiculturele drama. Moslims kunnen geen echte Nederlander worden omdat hun loyaliteit bij de islam hoort te liggen. De islam kweekt schijn-Nederlanders. Moslims die de oversteek wel wagen, worden als verraders gezien en krijgen te maken met sociale uitsluiting.

accepteren of je kop gaat eraf
Voor de weigering tot integratie betalen moslims een kostbare prijs.  Het vasthouden aan de islam en de thuiscultuur marginaliseert ze. Die tribale narcistische cultuur gaat gepaard met afwijzing van de Nederlandse cultuur en met meer criminaliteit, fraude, nepotisme, cliëntelisme en geweld tegen homo’s en joden, dan de Nederlandse samenleving accepteert. De tegemoetkomendheid en handreikingen drogen als gevolg daarvan op en de acceptatie neemt af. Dat is de tol die moslims betalen voor de oproepen om de islam en het thuisland trouw te blijven.

De slimmere moslims, en daar zijn er steeds meer van, zien dat hun toekomst en die van hun kinderen bedreigd wordt en kiezen er voor om afstand te nemen van wat hen identificeert als moslim of als vertegenwoordiger van een etnische groep. Ze mijden ‘zwarte’ scholen, kiezen voor een overwegend blanke buurt om te wonen. Hun identiteit als moslim vervaagt. Voor zover ze nog religieus zijn, zijn ze dat zoals katholieken of protestanten die zich daar allang niet meer op laten voorstaan. Ze ontsnappen aan de benauwende groepscontrole en ontwikkelen netwerken met voldoende autochtone Nederlanders. Het Sociaal Cultureel Planbureau bevestigt dat ze gelukkiger zijn dan degenen die niet integreren. Het verschijnsel van moslims die zich afkeren van de islam doet zich ook in Engeland voor. Het gaat gepaard met risico's. Daarmee verspeelt de islam in feite het recht op vrijheid van godsdienst.

Er zit geen toekomst in het moslim zijn. Het wordt meer en meer een sociale handicap die kansen negatief beïnvloedt. Dat heeft helemaal niets met discriminatie of racisme te maken. Het heeft te maken met de islam die de Nederlandse cultuur en integratie afwijst. Dat raakt een snaar onder de autochtone bevolking waarin men zich steeds vaker afvraagt waarom men overtuigde moslims zou moeten laten meedoen in het verdelen van de taart.

Bij ongewijzigd islamitisch beleid wacht moslims voortgaande gettoïsering. Opgesloten in het eigen gelijk, in eigen buurt en in eigen scholen. Opgesloten in eigen ellende. Het is een ontwikkeling die al gaande is.

De Nederlandse roep om terug te keren naar het eigen land zal steeds luider worden.



maandag 30 maart 2015

Integreren of 'gediscrimineerd' worden

                                                                     

‘Discriminatie’ en ‘racisme’ zijn de toverwoorden van in Nederland wonende allochtonen. Te pas en nog veel vaker te onpas, worden ze gebruikt om (vermeend) slachtofferschap aan te duiden en de autochtone bevolking in staat van beschuldiging te stellen. Niet zelden worden de termen ook gebruikt om het geweten te sussen bij allerlei soorten van fraude. Als ‘slachtoffer’ mag je wel wat terugpakken als je ‘gediscrimineerd’ wordt.

Discriminatie, laat staan racisme, is veel minder omvangrijk dan wel eens wordt beweerd en aangenomen. Discriminatie in de betekenis zoals veel allochtonen die gebruiken, bestond ook al toen er nog nauwelijks  allochtonen in Nederland verbleven. Als je uit een bepaalde buurt of dorp kwam, van een bepaalde familie was, een bepaalde religie had, je uiterlijk (vooral als vrouw) niet meehad, je slordig kleedde en er onverzorgd uitzag, kwam je onderaan op het lijstje van sollicitanten. Is het discriminatie als bepaalde voor- of afkeuren, eerdere ervaringen met een bepaald type sollicitant, risicoafwegingen en sfeerbewaking een bewuste of onbewuste rol spelen? Of is het gewoon alledaags gezond verstand dat wordt gebruikt om de beste keuze te maken.

Is het discriminatie als altijd dezelfde jongens of meisjes als laatste worden gekozen bij het samenstellen van een elftal of team? Als regel gaat het gewoon om de kwaliteit van een speler en dat kan hard zijn voor iemand die minder kwaliteiten heeft.

Discrimineert een werkgever die na eerdere vervelende ervaringen geen Marokkanen meer aanneemt? Strikt juridisch wellicht wel, maar in de praktijk van alledag doet hij niet anders dan risico’s uitsluiten en als ondernemer doet hij dat dagelijks en op tal van terreinen.

Voor allochtonen is het van belang om te begrijpen wanneer de ervaring van gediscrimineerd worden of gediscrimineerd voelen zich voordoet. Als je niet echt geïntegreerd bent (wanneer ben je geïntegreerd?), kom je niet boven aan de lijst. Vanuit de ervaring dat de meeste allochtonen niet echt geïntegreerd zijn, zal een werkgever of sollicitatieteam dat soms bijna automatisch doen. Let wel: de ervaringen zijn slecht. Dat gaat niet alleen over de beheersing van de Nederlandse taal. Het gaat ook om de andere cultuur. Je hebt niet dezelfde informatie, begrijpt sommige grapjes niet, je voelt je snel achtergesteld, je komt met eisen (een bidplek bijvoorbeeld) wat je collega’s overdreven vinden, of je wilt je hoofddoek blijven dragen terwijl je collega’s dat niet geweldig vinden.

Veel allochtonen hebben een als discriminatie ervaren bejegening in feite te danken aan de hardnekkigheid waarmee men aan eigen cultuur en taal vasthoudt. Dat recht wordt ze niet ontzegd, maar kan geen onderbouwing zijn voor de eis om op dezelfde manier te worden behandeld als een Nederlander. Het woord ‘allochtoon’, in feite een statistische term, zal niet verdwijnen uit het Nederlands spraakgebruik.  De statische term heeft zich ontwikkeld tot een aanduiding van iemand die hier geboren kan zijn en een Nederlands paspoort heeft, maar niet geïntegreerd is.

Een goed geïntegreerde Marokkaan of Turk heeft vaak nog steeds zijn naam en afkomst tegen. Ondanks een wellicht prima C.V. kan een stereotype beoordeling een rol spelen. Wie echter goed geïntegreerd is heeft een breed netwerk dat voor een deel uit autochtonen bestaat en dat hem hulp kan bieden. Wie echt geïntegreerd is zal minder problemen op de arbeidsmarkt ervaren en heeft een grote kans zijn baan langer te behouden dan slecht geïntegreerden die maar al te vaak het eerste jaarcontract niet verlengd zien. Ook ‘schijn-integratie’ is een probleem.

In zijn column ‘De geboren zondebok’ brengt Özcan Akyol (NRC 21032015) het niet-geïntegreerd zijn scherp onder woorden. Over de goedopgeleide Yasmina Haifi, die haar baan op het ministerie van Justitie en Veiligheid verloor vanwege haar tweet waarin ze stelde dat IS niets met de islam heeft te maken, maar een Zionistisch complot is dat door joden werd bedacht om de islam in diskrediet te brengen, schreef Aykol dat ze op dat moment haar masker verloor. Voor even verscheen achter de politiek correcte opstelling, waarmee ze zich door het leven bewoog, haar echte gezicht dat ze normaal thuis zou laten. Yasmina Haifi is daarmee een voorbeeld van schijn-integratie. Ze wil niet dat haar etnische omgeving als kaaskop veroordeelt, ze heeft haar identiteit behouden en ging met een masker op naar haar werk. Het toont aan hoe moeilijk integreren is als je directe omgeving, je thuisland en je religie dat eigenlijk niet van je accepteert.

Voor niet-integreren betaal je een prijs in de samenleving en voor integreren in die samenleving betaal je een prijs bij je traditionele achterban. Wat je ook kiest één van de twee zal je daar voor laten betalen. Je wordt door de kat of door de hond gebeten en als je dat discriminatie noemt draai je oorzaak en gevolg om. Integreren is kiezen. Kiezen voor jezelf levert je binnen de Nederlandse cultuur de meeste kansen op.

(in een artikel in het Parool verwoordde Renzo Verwer eveneens de gedachte dat moslims niet het alleenrecht op discriminatie kunnen claimen, link: artikel )


woensdag 18 maart 2015

Wanneer ben je geïntegreerd en geen allochtoon meer?

                                                                   


‘Allochtoon’ is een zelfstandig naamwoord geworden, dat ook los van zijn statistische achtergrond wordt gebruikt. Je kunt hier geboren zijn, van de derde generatie zijn die hier woont en een Nederlands paspoort hebben, maar toch allochtoon zijn gebleven. Ik gebruik de aanduiding ‘allochtoon’ nagenoeg automatisch en als vanzelfsprekend om iedereen aan te duiden die niet geïntegreerd is.

Wanneer ben je geïntegreerd? Daar schijnt onduidelijkheid over te zijn las ik laatst. Onder moslims schijnt er ook behoefte te zijn aan duidelijkheid. Ze willen erbij horen en hebben behoefte aan helderheid. Dat is te begrijpen. ‘Integratie’ is een onderwerp waarover onduidelijkheid blijft bestaan omdat het omstreden is.

Integratie wordt tegengewerkt
Landen van afkomst zoals Marokko en Turkije streven er naar om hun hier wonende onderdanen Marokkaans dan wel Turks te houden. Het dubbele paspoort helpt daarbij. Ook vanuit de islam wordt alles in het werk gesteld om mensen islamitisch te houden en de sociale controle in moslimgemeenschappen helpt daarbij. Islam staat integratie in de weg en werkt het bewust tegen. Islamideoloog Tariq Ramadan pleit voor een parallelle samenleving voor moslims die alleen voor zover onvermijdelijk economisch participeren in westerse samenlevingen. Politiek worden moslims gevangen gehouden in de in het Midden-Oosten levende conflicten en de door hun imams gepreekte afwijzing van westerse waarden die inferieur zouden zijn aan die van de islam. Het multiculturele overheidsbeleid heeft de segregatie alleen maar versterkt. Het valt voor een moslim of moslima dan ook niet mee om te integreren in de Nederlandse samenleving. Zonder conflicten met de eigen familie gaat dat als regel niet.

Verellendung
‘Verellendung’ is een begrip uit de marxistische theorie waarmee de marginalisering en verarming van groepen in de samenleving wordt aangeduid als gevolg van het kapitalistische economische systeem. Maar ook het tegenwerken van integratie zoals ik hierboven beschreef leidt tot ‘Verellendung’ omdat  integratie de belangrijkste weg is naar maatschappelijk succes. Het gebrek aan integratie belemmert kansen, leidt tot marginalisering, armoede en criminaliteit. Door het politiek correcte deel van Nederland en door islamitische voorlieden worden in dit verband oorzaak en gevolg nog al eens ontkend en omgedraaid. De bejegening van allochtonen door autochtonen zou de oorzaak zijn. Maar dat is eigenlijk gemakkelijk te weerleggen. Goed geïntegreerde moslims hebben als regel maatschappelijk succes. Ik vraag me daarom wel eens af of de ‘verellendung’ door de islam bewust wordt nagestreefd door integratie tegen te werken. ‘Verellendung’ is een kweekvijver voor opstandigheid.Islamisten zoals van de Moslim Broederschap, maken daar gebruik van.

Wanneer ben je geïntegreerd?
Het hameren op onderwijs om integratie te bevorderen zoals bijvoorbeeld D”66 doet, is weinig zinvol. De integratie onder de tweede en derde generatie, generaties die hier zijn geboren en volledig Nederlands onderwijs hebben genoten is slechts marginaal toegenomen. Als je moslims vraagt of ze willen dat het goed gaat met Nederland of dat het goed gaat met de islam, zal statistisch gezien zo’n 60 tot 70% er voor kiezen dat het goed gaat met de islam. Ze zullen hun gedrag daar op afstemmen. Het is een houding waarin integratie wordt afgewezen. Allochtonen die wel een houding kiezen die integratie mogelijk maakt krijgen te maken met afwijzing vanuit de eigen groep en lopen de kans geïsoleerd te raken. Als ze goed geïntegreerd zijn, is de kans op isolatie gering. Goede integratie heeft een aantal kenmerken:
1.     Nederlands is je eerste taal. Bij ‘allochtonen’ is Nederlands meestal de tweede taal omdat aan de thuistaal de voorkeur wordt gegeven. Als Nederlands niet je eerste taal is, levert dat een levenslange handicap op in het onderwijs en in het werk. Voor mensen die hier niet geboren zijn is dit natuurlijk een lastige opgave. Ik zie het als een taak voor ouders om hun kinderen met taal op het goede pad te zetten
2.     Een gemengd netwerk. Je netwerk bestaat niet alleen uit etnisch verwanten en geloofsgenoten. Je hebt ook autochtone vrienden, kennissen en relaties waarmee je actief omgaat. Je rekent op je netwerk en de leden van je netwerk kunnen op jou rekenen.
3.     Je maakt je eigen keuzes. Je kiest voor je eigen toekomst vanuit je eigen inzichten en belangen. Je laat je keuzes niet afhangen van wat je ouders, broers en zussen, ooms en tantes of buren vinden dat je moet kiezen.
4.     Je wilt dat het goed gaat met Nederland. Nederland is je bakermat die je kansen en mogelijkheden geeft. Je interesseert je voor de politiek en je gebruikt Nederlandse bronnen om je te informeren. Je gaat er van uit dat als het goed gaat met Nederland, het ook goed kan gaan met jou.
5.     Je begrijpt de Nederlandse cultuur. Je bent je bewust van de verschillen tussen je etnische cultuur en de Nederlandse cultuur en hun geschiedenis. Je begrijpt dat het delen van de Nederlandse cultuur je kansen op een geslaagd leven vergroot en het vasthouden aan de eigen etnische cultuur de slaagkans belemmert. Je ziet het je eigen maken van de Nederlandse cultuur als een verrijking.
6.     Je bent maatschappelijk actief. Je hebt rechten en plichten. Je zet je in voor zaken die van maatschappelijk belang zijn en je weegt deelbelangen af op het algemeen belang.
7.     Je relativeert religie. Als je gelooft, ben je moslim zoals autochtone Nederlanders katholiek of protestant zijn. Je respecteert andere religies. Je loopt niet te koop met je eigen religie, dringt anderen niets op en je verafschuwt religieus gemotiveerd geweld.
8.     Je wilt je kinderen kansen geven. In hun begeleiding naar volwassenheid maak je keuzes die hun slaagkans bevorderen. Nederlands is de thuistaal. Je brengt ze respect bij voor je afkomst, maar maakt ze duidelijk dat het leven in Nederland een andere houding vergt dan die in het land van je afkomst.
9.     Je bent niet etnisch bevooroordeeld. Je beoordeelt mensen op hun persoonlijke kwaliteiten en niet op hun afkomst, geaardheid of religie.
1    Je accepteert niet dat ze je nog een ‘allochtoon’ noemen. Als je geïntegreerd bent, ben je een autochtoon, iemand die zijn land liefheeft ongeacht zijn politieke of religieuze voorkeuren en ongeacht zijn afkomst..

Integreren gaat niet vanzelf, het vraagt om een bewuste keuze en inzet. Je kunt niet een beetje een Nederlander zijn. Je bent het, ongeacht je afkomst, helemaal of niet.
Nederland verkeert nog steeds in een post-multiculturele fase en is daarom nog aarzelend in het benoemen van de kenmerken van integratie. Toch moet die stap worden gezet en zal worden gezet. Integratie zal de komende jaren een belangrijk beleidsonderwerp worden. Integratie is ook het beste wapen tegen discriminatie. 

Iemand die niet geïntegreerd is, is van beperkte waarde voor de samenleving en mist kansen en mogelijkheden voor zijn eigen leven. Iemand die niet geïntegreerd is heeft geen redenen om te protesteren als hij blijvend ‘allochtoon’ wordt genoemd. En om het maar wat harder te stellen: een allochtoon is iemand die profiteert van wat de Nederlandse samenleving te bieden heeft, maar daar niets voor terug geeft. Wederzijdsheid ontbreekt. Zulke mensen zijn we eigenlijk  liever kwijt dan rijk en daar is niets mis mee.

Update
Het sociaal cultureel planbureau publiceerde op 16 december een studie over integratie. Een van de bevindingen was dat goed geïntegreerden gelukkiger en gezonder zijn. Ik vermoed dat dit mede het gevolg is van het zich bevrijden van knellende sociale banden die de vrijheid van denken en handelen beperken.


maandag 12 januari 2015

De meeste moslimse ouders 'houden te weinig' van hun kinderen

                                                                      


Ze houden van het land waar ze vandaan komen. Ze houden van de cultuur die bij dat land hoort en waarin eer een belangrijke rol speelt. Ze houden van hun cultuur waarin de belangen van eigen familie, clan en stam belangrijker zijn dan het algemeen belang en de overheid die dat vertegenwoordigt. Ze houden van de taal van hun thuisland en blijven die thuis spreken. Ze houden van de smaken en geuren van hun land van oorsprong. Ze houden van hun islamitische religie, van de Profeet en van Allah. Ze houden op tribale wijze van hun familie en clan. Ze houden van hun schotel, de navelstreng die hen verbindt met alles waar ze van houden.

Ze houden te weinig of op de verkeerde manier van hun kinderen. Ze bereiden die niet voor op het leven in de Nederlandse samenleving zodat ze daarin succesvol zullen worden. Hun kinderen begrijpen te weinig van de normen en waarden in hun woonland. Hun kinderen gebruiken Nederlands als tweede taal en missen alle nuances van die taal. Het is niet eens zo erg dat ze het regelmatig over die meisje hebben. Veel erger is dat ze veel missen omdat taal de drager en expressie van cultuur is.

Als moslimse ouders echt van hun kinderen zouden houden  en hun kansen zouden willen vergroten bij de deelname in de samenleving waarvan ze deel uit maken, zouden ze het heel anders aanpakken. Maar dat doen ze niet. Ze worden daarbij ook niet gestimuleerd door moslimse voorlieden en vertegenwoordigers van hun thuisland. Dat zijn degenen die ze voorhouden dat de eigen religie, het thuisland en de eigen cultuur een onvervreemdbaar recht is. Daarom moeten ze hun dochter kleden met de vlag van de islam, daarom moeten hun zoons verbaal en fysiek sterk worden. Te lang heeft de Nederlandse overheid dat gesteund, idealistisch en naïef.

Kinderen van moslimse ouders doen het over het algemeen slecht in de Nederlandse samenleving omdat ze vastgehouden worden in de cultuur van hun ouders en daardoor niet in staat zijn om zich thuis te voelen in de cultuur en taal van hun woonland. Op werkplekken waar die cultuur en taal van groot belang zijn, houden ze het vaak niet langer dan een jaarcontract vol. Ze vallen door de mand omdat ze in belangrijke mate de aansluiting missen.

Voor het falen van moslimse ouders om hun kinderen voor te bereiden op de samenleving waar ze deel van uit maken, hebben hun voorlieden bedacht dat de schuld elders ligt dan in eigen gelederen. De Nederlandse samenleving discrimineert hun kinderen, zeggen ze. De Nederlandse samenleving is racistisch, zeggen ze. Vervolgens blazen ze de geringe mate waarin racisme en discriminatie in Nederland voorkomen op tot maximale proporties, wijten het aan islamofobie en betogen dat islamofobie gelijk staat aan racisme. Het is een effectief recept dat in Nederland polarisatie veroorzaakt. De exploitatie van slachtofferschap werkt. Vooral naïef en politiek correct Nederland steunt hun zaak uit angst voor het etiket van discriminatoir of racistisch denken en handelen.

Worden moslimse ouders die hun kinderen uit niet begrepen eigen belang verwaarlozen, misbruikt voor de agenda van anderen? Bijvoorbeeld door het kind een islamitische voornaam te geven? Daar lijkt het wel op. Vanuit hun thuislanden worden ze gemaand de nationaliteit van het thuisland in ere te houden en vanuit de islam worden ze gemaand vooral aandacht te schenken aan de opvoeding van de kinderen in de islamitische tribale cultuur en tradities. Het lijkt er op dat ze weg worden gehouden van integratie in de Nederlandse samenleving omdat dit ten koste zou gaan van de puurheid van de religie. De sociale controle binnen moslimse groeperingen zorgt er voor dat er niet al te veel schaapjes afdwalen.

Bassam Tibi, een in Nederland te weinig gelezen islamoloog, waarschuwt voortdurend voor de politieke islam. Wat hem betreft is het er op of eronder. Of de islam wordt Europees, of Europa wordt islamitisch, stelt hij. Dat is de strijd die gaande is en door te weinigen wordt begrepen. Voorlopig staan we achter in die strijd. Een Europese islam die past in de godsdienstvrede van Europa is nog niet zichtbaar. Het is ook niet in het belang van de islam. Een matiging van de leer verzwakt het kerndoel van de islam om de wereld voor Allah te veroveren.

Annabel Nanninga, columniste bij Jalta.nl mag van politiek correct en naïef Nederland niet zeggen dat het oorlog is. Dat is het natuurlijk wel. De doelen op lange termijn van de islam en de daarop afgestemde strategie worden nog onvoldoende onderkend. Ook moslimse ouders schijnen onvoldoende te beseffen dat ze op manipulatieve wijze worden ingezet voor een strijd die maar al te vaak hun strijd niet is.

Voor Nederland en voor Europese landen is er maar een keuze in deze situatie. De strijd aangaan en volledig in te zetten op integratie. Het is de enige keuze die een Europese islam mogelijk maakt. Het is de enige keuze die van de kinderen van moslimse ouders volwaardige burgers maakt. Het is de enige keuze om de strijd aan te gaan met degenen die de slachting van mensen in naam van de islam overal in de wereld veroorzaken. Het is de enige keuze die kan bijdragen tot meer vrede in de wereld.


Aanvulling. Citaat Paul Scheffer uit NRC van 1 april 2017: . Ik zou tegen die ouders zeggen wat de Turks-Duitse socioloog Necla Kelek ooit schreef: Jullie zijn nooit meer terug naar Turkije gegaan, maar hier gebleven. Jullie verraden de keuze die je in je leven hebt gemaakt door je kinderen op te voeden met de leuze ‘en büyük Türk’, wat zoveel wil zeggen als ‘Turken staan boven iedereen’. Wie zijn kinderen bewust vervreemdt van het land waar ze hun toekomst moeten vinden, draagt bij aan hun mogelijke mislukking.

                                                                            

dinsdag 9 december 2014

Is er voor de PvdA nog een weg terug?

                                                                        


Als we de Volkskrant van 9 december 2014 moeten geloven is Hans Spekman bezig de PvdA vanaf de grond opnieuw op te bouwen tot een partij waarin de doelgroep zich weer herkent. Maar het is de vraag of die doelgroep de partij, die veel kiezers van zich heeft vervreemd, nog wel vertrouwt.

Met Wim Kok kon arbeidend Nederland zich nog identificeren. De in 1986 door de Uyl naar de Tweede Kamer gehaalde Kok was groot geworden in de vakbond en met een timmerman als vader was hij een rolmodel voor het emancipatiestreven van de PvdA. ‘Sterk en Sociaal’ het motto van de PvdA was toen nog geloofwaardig. Daarna ging het bergafwaarts.

Kapperszoon en ex-Novib-directeur Ad Melkert was minister van Sociale Zaken onder Kok en volgde hem in 2002 op als lijsttrekker. Hij trof het niet. Hij beschikte over weinig charisma, in de verkiezingsdebatten maakte de als een komeet opgekomen Pim Fortuijn gehakt van hem. De tot volksheld uitgegroeide Pim Fortuyn werd kort daarna vermoord. Algemeen werd aangenomen dat de demonisering van Fortuyn door politieke partijen daar mede de oorzaak van was. De PvdA had zijn steentje stevig bijgedragen. PvdA-coryfee Marcel van Dam noemde Fortuyn in een televisiedebat ‘een minderwaardig mens’.

De eerste scheuren tussen de traditionele achterban en de PvdA werden omstreeks die tijd zichtbaar. Na Melkert traden achtereenvolgens Wouter Bos, Job Cohen en Diederik Samsom op als partijleider van de PvdA. Geen van hen slaagde er in om de harten van de traditionele achterban uit de volksbuurten te winnen. De benoeming van Ahmed Aboutaleb als burgemeester van Rotterdam werd er door de partij tegen de zin van veel Rotterdammers doorgedrukt en het aantal allochtonen in de fractie en andere politieke organen steeg gestaag.

De PvdA zou geprezen kunnen worden voor haar serieuze pogingen om het allochtone volksdeel te emanciperen en dat door beleid en politieke benoemingen zichtbaar te maken. Het leverde haar veel allochtone kiezers, maar ook veel problemen op. In het land werd steeds vaker gesproken over de Partij van de Allochtonen of de Partij van Allah. De keuze voor de emancipatie van allochtonen ging ten koste van de traditionele kiezers uit stadswijken die te maken kregen met de keerzijde van de instroom van Turken en Marokkanen en zich uit hun buurten verdreven voelden. In hun verzet en kritiek kregen ze ook nog eens te maken met negatieve framing. Ze waren xenofoob, spraken vanuit hun onderbuik of waren racistisch. De opkomst van de uit Amerika overgewaaide politieke correctheid is zeker mede aan de PvdA te wijten.

Met de Provinciale verkiezingen van 2015 in het vooruitzicht zien de polls er voor de PvdA dramatisch uit. Tegelijkertijd groeit bij vriend en vijand het besef dat het integratiebeleid faliekant is mislukt en dat daarmee ook het beleid waarmee de PvdA zich hartstochtelijk mee geprofileerd heeft op een royale mislukking is uitgedraaid. Partijleden met een islamitische achtergrond zijn niet altijd even betrouwbaar gebleken en in de toppen van de partij zitten islamisten als Marcouch en Sidali die met hun adviezen de partij regelmatig de verkeerde richting hebben uitgestuurd. De islamitische agenda is bij hen dominant gebleken terwijl ze de sociaal democraten naar de mond spraken.

Terwijl Spekman zich het vuur uit de sloffen loopt, Samsom langzaam afbrandt en de partij op een historische verkiezingsnederlaag afstevent, scharen de weggelopen kiezers zich voor een belangrijk deel achter de PVV van Wilders die het anti-islamstokje van de vermoorde Fortuyn heeft overgenomen.

Al die kiezers wilden aanvankelijk niets anders dan wat de PvdA voorstond: integratie. Maar ze hadden veel eerder door dat met de weg die de PvdA voorstond het niet zou lukken. Het werd te veel ruimte voor de islam en te weinig aandacht voor integratie. Het werd te veel Cohen en te weinig Spekman.

Er is een weg die de PvdA kan gaan om op de lange duur haar positie, mogelijk wat bescheidener, te heroveren. Die weg zou moeten beginnen met de nederige erkenning dat het door haar voorgestane beleid als mislukt moet worden beschouwd. Ze zou moeten vaststellen dat de Islam voortaan geheel op zichzelf is aangewezen en dat ze voluit voor integratie gaat als belangrijkste agendapunt voor de komende jaren.

Ik zie het de partij nog niet doen. Het zal wel een halfzachte en weinig geloofwaardige wending worden. Spekman kan zich nog zo het vuur uit de sloffen lopen, maar een belangrijk deel van de partij zal hem niet echt volgen. Ontwikkelingen gaan van begrafenis tot begrafenis zei een belangrijk man eens. Er moet nog heel wat politieke correctheid worden begraven en ondertussen zou het wel eens de Partij van de Allochtonen kunnen worden.



woensdag 9 april 2014

Waan van de dag: Marokkaanse ouders moeten hun kinderen beter opvoeden

                                                     


Het debat over integratievraagstukken heeft weer een nieuwe mode opgeleverd. Marokkaanse ouders zouden meer aandacht moeten besteden aan de opvoeding van hun kinderen. Ahmed Marcouch, Marokkaan, ervaringsdeskundige, politicus en buitengewoon modegevoelig, heeft het idee al omarmd en in de media uitgevent. Met deze nieuwe beleidsmode krijgt het integratiedebat een nieuwe zondebok. Falende ouders zijn schuldig aan het onwenselijk gedrag van hun kinderen. Inmiddels is er uit de Marokkaanse gemeenschap een defensieve reactie gekomen: vergeet de opvoedkunst van de ouders, het ligt aan de Nederlandse samenleving die Marokkanen stigmatiseert, depriveert en discrimineert. Deze socialistische mantra uit Marokkaanse hoek, houdt het op de aloude zondebok: het zijn de Nederlanders, de Nederlandse samenleving, de Nederlandse bestuurders en de Nederlandse instituties die zich verwijtbaar gedragen en verantwoordelijk zijn voor de gevolgen. Paradoxaal genoeg wordt er tegelijkertijd vaak ook nog gewezen naar succesmodellen van Marokkanen die het wel hebben gemaakt. Overigens kunnen Marokkaanse ouders prima opvoeden. Hun dochters bewijzen dat. Jongens worden opgevoed voor een andere rol binnen de eigen cultuur dan de meisjes.


Zondebokken


Het voortdurend blijven aanwijzen van zondebokken kan worden gezien als een bewijs voor het feit dat het benoemen van de feitelijke kernproblematiek nog steeds wordt ontweken vanwege de daarop rustende taboes. De kernproblematiek is de slecht verlopende integratie die wordt veroorzaakt door de concurrentie van culturen.
Voor zover ouders al dan niet bewust bezig zijn met opvoeden en disciplineren, wordt hun handelen in belangrijke mate bepaald door de cultuur waarvan ze deel uitmaken. Opvoedingsidealen worden ontleend aan die cultuur. De opvoedingsidealen worden via sociale controle bewaakt vanuit de gemeenschappelijke cultuur. Cultuur wordt bepaald door mensen met gezag, reputatie, macht en charisma. Cultuur beoogt gedrag te genereren die in het belang is van de gemeenschap waarvan men deel uitmaakt. Meisjes worden in de collectivistische Marokkaanse cultuur opgevoed tot onderdanigheid. Jongens moeten assertief en fysiek of verbaal agressief zijn omdat de tribale cultuur dat vereist.


Tribale cultuur


Het opvoedingsgedrag van Marokkaanse ouders wordt bepaald door de tribale cultuur waarvan ze een onderdeel zijn en door de mate waarin sociale controle vat op ze heeft. Je zou die cultuur in grote lijnen kunnen beschrijven als de traditionele Marokkaanse islamitische cultuur die zich heeft verbijzonderd vanuit het streven om die cultuur te handhaven in een als concurrerend ervaren omgeving. Islamitische ouders krijgen vanuit hun sociale omgeving aangereikt dat de westerse cultuur verwerpelijk en vijandig is. Ze krijgen aangereikt dat Islam de oplossing is. Daar zit een zekere logica in. Als een groepscultuur niet voortdurend wordt bevestigd en bekrachtigd is die gedoemd om te verdwijnen. Kinderen die worden opgevoed binnen die cultuur zullen de neiging ontwikkelen om geen respect te hebben voor de concurrerende cultuur waar ze mee te maken krijgen.


Fysieke en verbale dominantie


Jongeren, opgevoed binnen de traditionele Marokkaanse cultuur zullen binnen die cultuur daar respect aan betonen en dat veel minder doen als ze participeren in een cultuur die hen niet eigen is. Ze worden opgevoed in een tribale cultuur waarin verbale en fysieke dominantie het ideaalbeeld is. Veel jongerengedrag is daaruit te verklaren. Hierdoor valt ook te verklaren waarom menige ouder van criminele jongeren vertelt dat het thuis zo’n lieve jongen is.


Aanpassers en niet-aanpassers


In ‘Respect’,  het intrigerende boek van Richard Sennet, wordt het voorbeeld gegeven van groepsculturen die zich na migratie aanpassen aan hun nieuwe culturele omgeving en groepen die dat niet doen (pagina 223-224). De ‘aanpassers’ lukt het prima om te integreren en komen gemiddeld op hetzelfde welvaartsniveau als de samenleving waarin ze terecht zijn gekomen. Bij de niet-aanpassers is een ander beeld te zien. Het vasthouden aan hun oorspronkelijke cultuur leidt tot maatschappelijke verpaupering en armoede.

Het leven in concurrentie met de cultuur van het land van wonen kan gemakkelijk leiden tot mislukking. Wie binnen de eigen cultuurgroep ‘bewijst’ geen respect te hebben voor de andere cultuur, kan binnen de eigen groep een hoge status krijgen. Jongeren zijn daarvoor vooral aangewezen op de eigen peergroep en op gedogen door hun sociale omgeving. Hun succes binnen de eigen groep leidt onafwendbaar tot mislukking als ze buiten de eigen cultuur moeten functioneren.


Islam als oplossing


De woordvoerders uit de Marokkaanse gemeenschap die de problemen wijten aan de Nederlandse samenleving kiezen in feite voor bestendiging van de Marokkaanse cultuur. Degenen die de ouders als zondebok kiezen, kiezen in feite voor een schijnoplossing. Een groot deel van de ouders die zich daardoor aangesproken voelen, krijgt binnen de eigen groep de boodschap dat de Islam de oplossing is. Dat zou geen probleem zijn als de Islam ingebed zou zijn in de Nederlandse cultuur en zich zou hebben aangepast zodat gelovigen kunnen voldoen aan de vereisten die slagen binnen de Nederlandse samenleving mogelijk maken.


Toenadering


Er is maar één oplossing voorhanden. Nederlandse bestuurders en beleidsmakers zullen vertegenwoordigers van de Marokkaanse gemeenschap er op dienen te wijzen dat, als ze het beste voor hebben met de gemeenschap die ze vertegenwoordigen, er vanuit de Marokkaanse cultuur er toenaderingen noodzakelijk zijn naar de Nederlandse samenlevingscultuur, waardoor beide niet meer als concurrerend worden ervaren.