Posts tonen met het label discriminatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label discriminatie. Alle posts tonen

maandag 30 maart 2015

Integreren of 'gediscrimineerd' worden

                                                                     

‘Discriminatie’ en ‘racisme’ zijn de toverwoorden van in Nederland wonende allochtonen. Te pas en nog veel vaker te onpas, worden ze gebruikt om (vermeend) slachtofferschap aan te duiden en de autochtone bevolking in staat van beschuldiging te stellen. Niet zelden worden de termen ook gebruikt om het geweten te sussen bij allerlei soorten van fraude. Als ‘slachtoffer’ mag je wel wat terugpakken als je ‘gediscrimineerd’ wordt.

Discriminatie, laat staan racisme, is veel minder omvangrijk dan wel eens wordt beweerd en aangenomen. Discriminatie in de betekenis zoals veel allochtonen die gebruiken, bestond ook al toen er nog nauwelijks  allochtonen in Nederland verbleven. Als je uit een bepaalde buurt of dorp kwam, van een bepaalde familie was, een bepaalde religie had, je uiterlijk (vooral als vrouw) niet meehad, je slordig kleedde en er onverzorgd uitzag, kwam je onderaan op het lijstje van sollicitanten. Is het discriminatie als bepaalde voor- of afkeuren, eerdere ervaringen met een bepaald type sollicitant, risicoafwegingen en sfeerbewaking een bewuste of onbewuste rol spelen? Of is het gewoon alledaags gezond verstand dat wordt gebruikt om de beste keuze te maken.

Is het discriminatie als altijd dezelfde jongens of meisjes als laatste worden gekozen bij het samenstellen van een elftal of team? Als regel gaat het gewoon om de kwaliteit van een speler en dat kan hard zijn voor iemand die minder kwaliteiten heeft.

Discrimineert een werkgever die na eerdere vervelende ervaringen geen Marokkanen meer aanneemt? Strikt juridisch wellicht wel, maar in de praktijk van alledag doet hij niet anders dan risico’s uitsluiten en als ondernemer doet hij dat dagelijks en op tal van terreinen.

Voor allochtonen is het van belang om te begrijpen wanneer de ervaring van gediscrimineerd worden of gediscrimineerd voelen zich voordoet. Als je niet echt geïntegreerd bent (wanneer ben je geïntegreerd?), kom je niet boven aan de lijst. Vanuit de ervaring dat de meeste allochtonen niet echt geïntegreerd zijn, zal een werkgever of sollicitatieteam dat soms bijna automatisch doen. Let wel: de ervaringen zijn slecht. Dat gaat niet alleen over de beheersing van de Nederlandse taal. Het gaat ook om de andere cultuur. Je hebt niet dezelfde informatie, begrijpt sommige grapjes niet, je voelt je snel achtergesteld, je komt met eisen (een bidplek bijvoorbeeld) wat je collega’s overdreven vinden, of je wilt je hoofddoek blijven dragen terwijl je collega’s dat niet geweldig vinden.

Veel allochtonen hebben een als discriminatie ervaren bejegening in feite te danken aan de hardnekkigheid waarmee men aan eigen cultuur en taal vasthoudt. Dat recht wordt ze niet ontzegd, maar kan geen onderbouwing zijn voor de eis om op dezelfde manier te worden behandeld als een Nederlander. Het woord ‘allochtoon’, in feite een statistische term, zal niet verdwijnen uit het Nederlands spraakgebruik.  De statische term heeft zich ontwikkeld tot een aanduiding van iemand die hier geboren kan zijn en een Nederlands paspoort heeft, maar niet geïntegreerd is.

Een goed geïntegreerde Marokkaan of Turk heeft vaak nog steeds zijn naam en afkomst tegen. Ondanks een wellicht prima C.V. kan een stereotype beoordeling een rol spelen. Wie echter goed geïntegreerd is heeft een breed netwerk dat voor een deel uit autochtonen bestaat en dat hem hulp kan bieden. Wie echt geïntegreerd is zal minder problemen op de arbeidsmarkt ervaren en heeft een grote kans zijn baan langer te behouden dan slecht geïntegreerden die maar al te vaak het eerste jaarcontract niet verlengd zien. Ook ‘schijn-integratie’ is een probleem.

In zijn column ‘De geboren zondebok’ brengt Özcan Akyol (NRC 21032015) het niet-geïntegreerd zijn scherp onder woorden. Over de goedopgeleide Yasmina Haifi, die haar baan op het ministerie van Justitie en Veiligheid verloor vanwege haar tweet waarin ze stelde dat IS niets met de islam heeft te maken, maar een Zionistisch complot is dat door joden werd bedacht om de islam in diskrediet te brengen, schreef Aykol dat ze op dat moment haar masker verloor. Voor even verscheen achter de politiek correcte opstelling, waarmee ze zich door het leven bewoog, haar echte gezicht dat ze normaal thuis zou laten. Yasmina Haifi is daarmee een voorbeeld van schijn-integratie. Ze wil niet dat haar etnische omgeving als kaaskop veroordeelt, ze heeft haar identiteit behouden en ging met een masker op naar haar werk. Het toont aan hoe moeilijk integreren is als je directe omgeving, je thuisland en je religie dat eigenlijk niet van je accepteert.

Voor niet-integreren betaal je een prijs in de samenleving en voor integreren in die samenleving betaal je een prijs bij je traditionele achterban. Wat je ook kiest één van de twee zal je daar voor laten betalen. Je wordt door de kat of door de hond gebeten en als je dat discriminatie noemt draai je oorzaak en gevolg om. Integreren is kiezen. Kiezen voor jezelf levert je binnen de Nederlandse cultuur de meeste kansen op.

(in een artikel in het Parool verwoordde Renzo Verwer eveneens de gedachte dat moslims niet het alleenrecht op discriminatie kunnen claimen, link: artikel )


maandag 12 januari 2015

De meeste moslimse ouders 'houden te weinig' van hun kinderen

                                                                      


Ze houden van het land waar ze vandaan komen. Ze houden van de cultuur die bij dat land hoort en waarin eer een belangrijke rol speelt. Ze houden van hun cultuur waarin de belangen van eigen familie, clan en stam belangrijker zijn dan het algemeen belang en de overheid die dat vertegenwoordigt. Ze houden van de taal van hun thuisland en blijven die thuis spreken. Ze houden van de smaken en geuren van hun land van oorsprong. Ze houden van hun islamitische religie, van de Profeet en van Allah. Ze houden op tribale wijze van hun familie en clan. Ze houden van hun schotel, de navelstreng die hen verbindt met alles waar ze van houden.

Ze houden te weinig of op de verkeerde manier van hun kinderen. Ze bereiden die niet voor op het leven in de Nederlandse samenleving zodat ze daarin succesvol zullen worden. Hun kinderen begrijpen te weinig van de normen en waarden in hun woonland. Hun kinderen gebruiken Nederlands als tweede taal en missen alle nuances van die taal. Het is niet eens zo erg dat ze het regelmatig over die meisje hebben. Veel erger is dat ze veel missen omdat taal de drager en expressie van cultuur is.

Als moslimse ouders echt van hun kinderen zouden houden  en hun kansen zouden willen vergroten bij de deelname in de samenleving waarvan ze deel uit maken, zouden ze het heel anders aanpakken. Maar dat doen ze niet. Ze worden daarbij ook niet gestimuleerd door moslimse voorlieden en vertegenwoordigers van hun thuisland. Dat zijn degenen die ze voorhouden dat de eigen religie, het thuisland en de eigen cultuur een onvervreemdbaar recht is. Daarom moeten ze hun dochter kleden met de vlag van de islam, daarom moeten hun zoons verbaal en fysiek sterk worden. Te lang heeft de Nederlandse overheid dat gesteund, idealistisch en naïef.

Kinderen van moslimse ouders doen het over het algemeen slecht in de Nederlandse samenleving omdat ze vastgehouden worden in de cultuur van hun ouders en daardoor niet in staat zijn om zich thuis te voelen in de cultuur en taal van hun woonland. Op werkplekken waar die cultuur en taal van groot belang zijn, houden ze het vaak niet langer dan een jaarcontract vol. Ze vallen door de mand omdat ze in belangrijke mate de aansluiting missen.

Voor het falen van moslimse ouders om hun kinderen voor te bereiden op de samenleving waar ze deel van uit maken, hebben hun voorlieden bedacht dat de schuld elders ligt dan in eigen gelederen. De Nederlandse samenleving discrimineert hun kinderen, zeggen ze. De Nederlandse samenleving is racistisch, zeggen ze. Vervolgens blazen ze de geringe mate waarin racisme en discriminatie in Nederland voorkomen op tot maximale proporties, wijten het aan islamofobie en betogen dat islamofobie gelijk staat aan racisme. Het is een effectief recept dat in Nederland polarisatie veroorzaakt. De exploitatie van slachtofferschap werkt. Vooral naïef en politiek correct Nederland steunt hun zaak uit angst voor het etiket van discriminatoir of racistisch denken en handelen.

Worden moslimse ouders die hun kinderen uit niet begrepen eigen belang verwaarlozen, misbruikt voor de agenda van anderen? Bijvoorbeeld door het kind een islamitische voornaam te geven? Daar lijkt het wel op. Vanuit hun thuislanden worden ze gemaand de nationaliteit van het thuisland in ere te houden en vanuit de islam worden ze gemaand vooral aandacht te schenken aan de opvoeding van de kinderen in de islamitische tribale cultuur en tradities. Het lijkt er op dat ze weg worden gehouden van integratie in de Nederlandse samenleving omdat dit ten koste zou gaan van de puurheid van de religie. De sociale controle binnen moslimse groeperingen zorgt er voor dat er niet al te veel schaapjes afdwalen.

Bassam Tibi, een in Nederland te weinig gelezen islamoloog, waarschuwt voortdurend voor de politieke islam. Wat hem betreft is het er op of eronder. Of de islam wordt Europees, of Europa wordt islamitisch, stelt hij. Dat is de strijd die gaande is en door te weinigen wordt begrepen. Voorlopig staan we achter in die strijd. Een Europese islam die past in de godsdienstvrede van Europa is nog niet zichtbaar. Het is ook niet in het belang van de islam. Een matiging van de leer verzwakt het kerndoel van de islam om de wereld voor Allah te veroveren.

Annabel Nanninga, columniste bij Jalta.nl mag van politiek correct en naïef Nederland niet zeggen dat het oorlog is. Dat is het natuurlijk wel. De doelen op lange termijn van de islam en de daarop afgestemde strategie worden nog onvoldoende onderkend. Ook moslimse ouders schijnen onvoldoende te beseffen dat ze op manipulatieve wijze worden ingezet voor een strijd die maar al te vaak hun strijd niet is.

Voor Nederland en voor Europese landen is er maar een keuze in deze situatie. De strijd aangaan en volledig in te zetten op integratie. Het is de enige keuze die een Europese islam mogelijk maakt. Het is de enige keuze die van de kinderen van moslimse ouders volwaardige burgers maakt. Het is de enige keuze om de strijd aan te gaan met degenen die de slachting van mensen in naam van de islam overal in de wereld veroorzaken. Het is de enige keuze die kan bijdragen tot meer vrede in de wereld.


Aanvulling. Citaat Paul Scheffer uit NRC van 1 april 2017: . Ik zou tegen die ouders zeggen wat de Turks-Duitse socioloog Necla Kelek ooit schreef: Jullie zijn nooit meer terug naar Turkije gegaan, maar hier gebleven. Jullie verraden de keuze die je in je leven hebt gemaakt door je kinderen op te voeden met de leuze ‘en büyük Türk’, wat zoveel wil zeggen als ‘Turken staan boven iedereen’. Wie zijn kinderen bewust vervreemdt van het land waar ze hun toekomst moeten vinden, draagt bij aan hun mogelijke mislukking.

                                                                            

woensdag 26 november 2014

De dubbele agenda van de strijd tegen Islamofobie

                                                                           


De Islam heeft een imago-probleem. Sinds de aanval op de Twin-Towers raken steeds meer mensen zich bewust van de kanten van de Islam die tot dan toe niet tot het grote publiek waren doorgedrongen. Moslimse voorlieden die nog beweren dat ‘Islam’ vrede betekent, worden nog maar zelden geloofd. Terreuracties, terreurgroepen, het vervolgen van andere religies in nagenoeg alle islamitische landen, het zwijgen opleggen aan mensen die zich voor de vrijheid van meningsuiting inzetten, agressie, virulent antisemitisme, homo's pesten en aan moslims toegeschreven criminaliteit scheppen wereldwijd een beeld van de Islam dat steeds minder sympathie ontmoet.

Negatief imago

Het negatieve imago van de Islam is ook van invloed op de bejegening van moslims in het Westen. Die is kritisch en richt zich vooral op moslims die zich in de media uitspreken. Die ontmoeten weinig vertrouwen, scepticisme en soms weerzin. Ook de gewone moslim ervaart dit in zijn dagelijks leven in de vorm van toenemende afstand in het sociale verkeer. Emcemo-voorzitter en beroepsmoslim  A. Benebhi bracht dat als volgt onder woorden: “Volgens Menebhi geven de ISIS-aanhangers met hun uitspraken en hun sympathie voor extremisten voeding aan politici als Wilders. "Wat deze kleine extreme groep vooral bereikt is dat de Nederlandse bevolking bang wordt voor moslims en dat moslims nog meer zullen worden buitengesloten."  
Lijkt me flauwekul. Angst voor de Islam lijkt me terecht gezien allerlei teksten in de koran. Dat betekent nog bepaald niet dat je bang hoeft te zijn voor moslims. Vooral niet voor degenen die laten merken dat ze zouden willen dat 'Islam' wél vrede zou moeten betekenen.

Tegenbeweging

Vanuit de Islam is een tegenbeweging gestart onder de naam van ‘bestrijding vanislamofobie’. Die kwaal zal nog maar zelden als hersenschim in psychiatrische dossiers zijn geboekstaafd, maar vanuit de Islam wordt die wereldwijd bestreden. Europa heeft zich in overeenkomsten met het OIC (Organization Islamic Conference) verplicht om de Islam positief in beeld te brengen. Daar is veel subsidie voor beschikbaar en een deel daarvan stroomt naar de bestrijding van islamofobie. Er is zelfs een in drie talen verschenen boek geschreven door Ineke van der Valk waarin betoogd wordt dat islamofobie een vorm van racisme is. Het voorwoord is nota bene van Hirsch Ballin. 

De term is eigenlijk een weerstand opwekkende drager voor de strijd tegen de discriminatie die moslims vanwege hun religie zouden ondervinden.  Bestrijding van islamofobie zou je als logische stap niet verwachten.  Je zou verwachten dat Nederlands-Islamitische organisaties er alles aan zouden doen om vol de strijd aan te gaan met alles waarmee de Islam en moslims weerzin opwekken. Dat ze de Islam zouden omvormen tot een religie die in het Europese landschap van godsdienstvrede zou passen door afstand te doen van de kernzin uit de Koran (en alles wat daar uit volgt):

-"Strijdt tegen hen tot de afgodendienst niet meer bestaat en de religie geheel aan Allah behoort." [2:193, herhaald in 8:39].

Verkeerde aanpak

Of dat ze er alles aan zouden doen om de thuislandcultuur van veel moslims die een succesvolle ontwikkeling en integratie in de Nederlandse samenleving belemmeren, aan te pakken.
Vanuit de Islam doet men niet (of mondjesmaat voor de Bühne) wat je zou verwachten om de problemen die moslims ervaren op te lossen. In plaats daarvan leggen ze het probleem buiten eigen kring en met name bij al degenen die volgens het recept van de Islam aan ‘islamofobie’ lijden.
De Islam is in dit verband te zien als een voortdenderende trein die stoplichten en onbeveiligde overgangen negeert in haar vastbeslotenheid de Nederlandse samenleving aan te vallen vanwege haar ziekelijke afwijzing van de Islam. Het instituut Emcemo dat de nodige subsidie ontvangt is al geruime tijd bezig islamofobie onder de aandacht te brengen en heeft recentelijk een trits cursussen opgezet rond de bestrijding van islamofobie. 
Ik zie het als een vorm van verbale jihad.

Handige propaganda

Wie de teksten op haar website bezoekt, ziet al gauw de handigheid waarmee het eigen probleem verstopt is tussen allerlei termen die voor overheidsbesturen acceptabel zijn. Ze strijdt tegen discriminatie, radicalisering, antisemitisme, racisme en homofobie. Ze netwerkt zich in de rondte om dat aan de man te brengen. Heel handig koppelt ze haar eigen wagon aan dat soort termen om onder de bescherming daarvan de eigen agenda uit te voeren en het bestuur van de trein over te nemen.
Als de in Nederland bestaande islamitische organisaties het werkelijk menens is met de bestrijding van het antisemitisme, de homofobie en de vrouwonvriendelijkheid die vooral onder moslims voorkomt, zouden we daar al lang iets van gezien en gemerkt hebben. Tot nu toe waren het vooral loze woorden.

Dubbele agenda

Inmiddels is Ahmed Marcouch, lid van de Tweede Kamer en bevriend met het Marokkaanse Emcemo op dezelfde trein gestapt en liet dinsdag 25 november 2014 via nu.nl weten dat discriminatie veel zwaarder moet worden gestraft. Nu.nl meldde: “Als het aan de sociaaldemocraat ligt, worden discriminatie en racisme zogeheten high impact crimes. Dergelijke misdrijven vallen onder het topprioriteitenbeleid van minister Ivo Opstelten. "Zeker nu dit soort laffe uitingen via de sociale media zo breed verspreid worden, kunnen we wel spreken van high impact crimes. De impact van racisme en discriminatie op het slachtoffer is net zo heftig als de impact van een overval of een inbraak."

Het kan als toeval worden gezien dat Marcouch met zo’n tekst komt op het moment dat Emcemo net bezig is met anti-islamofobiecursussen en er in Rotterdam  een onderzoek start naar islamofobie. 
Ik zie het als knappe propaganda, maar voor de verkeerde zaak. Islamofobie is niet de kwaal, dat is de Islam en het duidelijke onvermogen (laat staan onwil) om de beduchtheid voor de islam te vertalen in een aanpak die de redenen voor die beduchtheid wegneemt. 

Zieke patient

De Islam is een zieke patiënt die aan een gevaarlijk virus lijdt en toch wil dat iedereen hem een hand geeft. Wie die hand weigert moet worden vervolgd. Die lijdt aan islamofobie. Islamofobie is een vorm van racisme die volgens de Islamitische organisaties in Nederland en volgens Ahmed Marcouch heftig moet worden bestreden. Het gezonde verstand dat de Islam in zijn huidige vorm niet accepteert, moet gezien worden als een gevaar voor de samenleving.  Het gedram daarover beschouw ik als een gevaar voor de geestelijke gezondheid in Nederland. Mensen die niet gek zijn, gek verklaren,  zou in een gezonde democratie niet moeten kunnen.



zondag 12 oktober 2014

Naast Wilders staan miljoenen Nederlanders in het verdachtenbankje

                                                                         
Politieke correctheid wordt een masker voor wat men werkelijk denkt
                                                                             

In de weekendkranten van de NRC en Volkskrant (11 en 12 oktober 2014) was er brede aandacht voor het voornemen van het OM om Wilders te vervolgen voor zijn vraag of men meer of minder Marokkanen wilde. Het publiek brulde massaal ‘minder’ en half Nederland werd daardoor met afschuw vervuld. De andere helft van Nederland heeft waarschijnlijk gedacht: ‘prima, als dat zou kunnen’. Ze zijn gelijk met Wilders als verdachten aan te merken. Ik maak er geen geheim van dat ik bij die laatste helft hoor, al zou ik het graag verfijnen tot ‘gedrag van een groot aantal Marokkanen en radicale moslims’.

De kranten met bijdragen van o.a. Paul Scheffer (NRC) en Kustaw Bessems (VK) geven er ook in hun hoofdartikelen blijk van een vervolging van Wilders niet verstandig te achten. Een min of meer eenzame uitzondering is socioloog Herman Vuijsje die onder de titel: ‘Waarom je Wilders dus niet kunt laten lopen’,  om begrenzing van de discussie en strikte toepassing van de bestaande wetgeving vraagt.

Herman Vuijsje kan in dit verband worden gezien als een apostel van het politiek correcte denken dat in de Nederlandse samenleving andere dan politiek correcte opvattingen verdacht maakt. Vuijsje kan daarbij gezien worden als vertegenwoordiger van een stroming die, behept met een holocausttrauma , al snel in een alarmistische houding schiet en bij wijze van spreken de W.A. alweer door de straten ziet marcheren zodra Wilders weer eens iets provocerends zegt. Het is een vorm van projectie die ongezonde trekjes heeft en ook oproept wat men bestrijden wil. Faoud Sidali, hoofdbestuurslid van de PvdA speelde recent handig in op die angst door te twitteren: ‘Hitler is onder ons. In de gedaante van Wilders’.  Sidali exploiteerde die angst om de discussie over de gebrekkige integratie en normovertredingen van Marokkanen in de kiem te smoren.

Gustaw Bessems verwijst in zijn artikel zijn persoonlijke betrokkenheid bij het holocaustdrama, maar komt met zijn pleidooi voor het afschudden van de angst en zijn oproep tot vertrouwen in de samenleving tot de conclusie dat de discussie buiten de rechtszaal dient te worden gevoerd. Volgens Bessems komt het publieke debat juist goed op gang. Ik heb gerede twijfel of die waarneming juist is. Uit Engeland komen berichten over moslims-gerelateerde wantoestanden die konden ontstaan en groeien omdat in toezichthoudende organen er angst bestond om bij ingrijpen beschuldigd te worden van discriminerend of racistisch gedrag. Die angst bestaat in Nederland ook volop, maar is nog onvoldoende benoemd. Die angst is de vrucht van de oproepers van politieke correctheid waarvan de ‘Vuijsjes en Sidali’s’,  ieder om eigen redenen, de apostelen van zijn.

De angst om veroordeeld te worden vanwege onvoldoende politieke correctheid zit diep en heeft zich ontwikkeld tot een autonoom correctiemechanisme. Alfawetenschappers, journalisten, beleidsmakers en anderen zijn opgesloten in een mentale kooi die een open discussie belemmert. Wie kennis wil nemen van politiek niet correcte informatie, is aangewezen op ‘verdachte’ bronnen en ‘verdachte’ opiniemakers.

Het door de ‘Vuijsjes en Sidali’s’ bevorderde politiek correct denken, heeft geleid tot polarisatie binnen de samenleving die een open discussie bemoeilijkt. In zo’n klimaat kunnen pressiegroepen hun slag slaan omdat de angst van discriminatie of racisme te worden beschuldigd tot zwijgen leidt waar spreken nodig is.

Politieke correctheid beschouw ik als een afgeleide van totalitair denken waarin om opportunistische redenen correcte waarden gecorrumpeerd worden en mensen ten onrechte verdacht worden gemaakt. De vrijheid van meningsuiting is het belangrijkste slachtoffer, terwijl het bij een juiste verdediging onze redding is.

Een toch echt niet domme moslim probeerde me er recent van te overtuigen dat de wereldeconomie in handen is van vijf grote joodse families die onmetelijk rijk zijn en oorlogen initiëren om wapens af te kunnen zetten. Herman Vuijsje zou zich daar beter zorgen om kunnen maken en … om Faoud Sidali.

Peter Louter


woensdag 8 oktober 2014

De getemde Moslima's

                                                                         

Nadat het geen exotisch verschijnsel meer was kreeg ik een hekel aan hoofdoekjes en het is nooit meer overgegaan. Maar je moet met die hekel wel voorzichtig omgaan. Laatst las ik over iemand die bij het vernieuwen van zijn rijbewijs aan de balie door zo’n hoofdoekje te woord werd gestaan. Hij uitte zijn misnoegen over die religieuze hoofdbedekking. De volgende dag bezorgde de postbode een brief van de gemeente waarin hij van discriminatie  werd beschuldigd en werd hem te verstaan gegeven dat bij herhaling hem de toegang tot het gemeentehuis zou worden ontzegd. Een mooi voorbeeld waar de vrijheid van meningsuiting in het gedrang komt als de Islam in beeld is. Moslims mogen bijvoorbeeld wel bezwaar maken tegen kerstbomen. Het gebeurde onder andere in de Deense stad Kokkedal waar de huurdersvereniging geen geld mocht uit trekken voor kerstversiering. Een voorbeeld hoe anderen de religieuze vrijheid ontzegd wordt die men voor zichzelf opeist. Merkwaardig genoeg had in dezelfde stad 91% van de bijstandsklanten, die beroep deden op een extra uitkering ter gelegenheid van kerstmis, een islamitische achtergrond. Dat zie ik als een typisch voor beeld van de opportunistische islamitische ethiek: het doel heiligt de middelen.

Bij ons bezoek dit jaar aan Parijs viel het ons op dat hoofdoekjes in het straatbeeld nagenoeg ontbraken. Het is  het gevolg van de Franse politiek om hoofddoekjes in publieke functies en in het onderwijs te verbieden. Het verbod geeft kennelijk ook werkgevers steun om dezelfde gedragslijn te volgen. Een van mijn moslimvrienden zal dat geweldig vinden. Een goede moslim dient juist niet op te vallen, is zijn mening.

Hoofddoekjes en ergere vormen van bedekking horen bij de wereldwijde opleving van de Islam sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw. Premier Erdogan van Turkije noemde ze de ‘vlaggen van de Islam’. Echt islamitisch is het niet. In de Koran is het slechts een aanbeveling voor de vrouwen van de Profeet. Moslima’s die roepen dat het van de Koran moet hebben het dus eigenlijk mis. Het zijn juist deze moslima’s die mijn weerzin tegen hoofddoekjes levend houden. Als ze zich verplicht voelen de Koran in alles na te leven zijn ze niet alleen vijanden van de democratie, maar ook van alle ongelovigen.

Moslima’s die roepen dat ze er in vrijheid voor hebben gekozen, vertrouw ik voor geen cent. Er zijn  landen, zoals Iran en Saoedi-Arabië waar het gewoon verplicht is en in heel wat andere islamitische landen steunt de publieke opinie  het. Heel wat moslima’s die er ‘in vrijheid’ voor hebben gekozen, zijn eigenlijk voor de druk uit hun omgeving en van hun vaders en broers bezweken. Het zijn de laffe moslima’s die voor bedekking kiezen en de dappere moslima’s die het nalaten. Die laten zich niet inschakelen voor de hoofddoekjesjihad.

Die dappere moslima’s zijn me lief. Ze kiezen voor de echte vrijheid. Ze steken hun middelvinger omhoog naar alle landen waar hun zussen min of meer verplicht zijn zich te bedekken. Ze steken hun middelvinger op naar alle sissers in Amsterdam-Oost, Amsterdam-West en andere plaatsen waar hun onbedekte zusjes bespuugd worden en voor hoer worden uitgemaakt.

Bedekte moslima’s zijn getemde vrouwen die voldoen aan de tribale cultuur die ze in alle opzichten achter stelt. Het religieuze sausje over die cultuur bedekt de mannelijke dominantie die de tribale cultuur eigen is.