Posts tonen met het label religie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label religie. Alle posts tonen

maandag 18 september 2017

De betwiste orde in Nederland


Samenlevingen hebben behoefte aan orde. Lang werd die geleverd door religies. Stuk voor stuk introduceerden ze regels voor het samenleven en gaven die een absolute werking door te beweren dat die afkomstig waren van een onbetwistbare god.  Mozes was niet de eerste die van god regels meekreeg. Voor hem waren er al sjamanen en druïden die dat kunstje ook kenden.

Toen er te veel van die ordeningssystemen kwamen ontstond de behoefte aan één god en deed het monotheïsme zijn intrede. Een joodse innovatie. In Europa werd vanaf de derde eeuw gekozen voor het christendom als ordeningssysteem en werd het de bevolking opgedrongen. Eeuwenlang regeerde de bijbel, eigenlijk de bijbeluitleggers, de samenleving.

Er was een Verlichting nodig om de dominantie van de bijbel in te tomen. Vanaf die tijd begon de aarde om de zon te draaien en konden wetenschappen zich ontwikkelen zonder knechting door bijbelkenners. Voor de maatschappelijke orde maakte dat niet veel uit. Christenen maakten onderling veel ruzie, maar over twee belangrijke dingen waren ze het eens. De Tien geboden en de Bergrede bleven leidend voor de samenleving en zorgden voor de orde. Maar die orde zou betwist gaan worden.

Na God werd ook de waarheid doodverklaard
Vanaf het begin van de twintigste eeuw werd die orde bedreigd door nieuwe politieke systemen. Nietzsche had god net dood verklaard en beschreef het faillissement van het christendom. Het christendom knechtte de mens volgens zijn visie. Het maakte de weg vrij voor de opkomst van het communisme en het fascisme als concurrerende ordeningssystemen met een totalitaire grondslag. Beide zijn verdwenen, maar hebben hun sporen in de samenleving achter gelaten.

In de Nederlandse samenleving waar fascisme en communisme nauwelijks invloed kregen op de bevolking, verloor na de tweede wereldoorlog ook het christendom gaandeweg zijn invloed. Na de tweede wereldoorlog werden ordende systemen gewantrouwd. De jaren zestig van de twintigste eeuw lieten wat dat betreft een dijkdoorbraak zien. Mensenrechten vulden het ontstane gat, kregen een grotere betekenis dan aanvankelijk bedoeld was en de grondwet werd aangepast aan de veelomvattende mensenrechten. De mensenrechten waren ook bestand tegen de aanvallen op het begrip waarheid door, onder andere, Foucault en Derrida. De waarheid werd een tijdelijke constructie en gedemocratiseerd. Waarheid werd datgene waar de meeste consensus over bestond en iedere waarheid kan gerelativeerd worden. 

Sindsdien zijn mensen niet alleen gelijkwaardig, maar ook gelijk. Het nieuwe egalitarisme (ik vermijd uitdrukkelijk het begrip cultuur-marxisme) deed zijn intrede. De stroming streeft naar een nieuw soort orde, die echter op haar beurt ook weer sterk omstreden is. De samenleving raakt daardoor haar ordende ankers kwijt. Er is verwarring en strijd, maar het omstreden egalitarisme lijkt tot nu toe de overhand te hebben. Mensenrechten worden als wapen gebruikt om anderen te verordonneren waar ze aan moeten voldoen. De nadruk op rechten zet de plichten in de schaduw en knaagt aan begrippen als wederkerigheid, gemeenschapszin en eerlijkheid als deugden. Egalitarisme focust op individuen en minderheidsgroepen. De belangen van de samenleving als zodanig raken daar bij op de achtergrond.

Nieuwe mede-eigenaren die de waarheid naar hun hand zetten
Op dat punt zijn we nu aangeland. De na te streven egalitaire orde wordt betwist. Het grootste twistpunt is de diversiteit die de bestaande orde bedreigt. Minderheidsgroepen maken een gretig gebruik van hun rechten en confronteren Nederland met zijn koloniaal verleden en de interpretatie van de eigen geschiedenis. De blanke mens is een schuldige boeman en niet meer alleen-eigenaar van zijn Nederland. Er dienen zich nieuwe mede-eigenaren aan die hun eigen geschiedenis en eigen waarheid mee brengen. Dat leidt tot de eigenaardige situatie dat alles mag worden gerelativeerd, echter met uitzondering van de geschiedenis en waarheid van de nieuwe mede-eigenaren. Die weten Foucault en Derrida handig te gebruiken om de autochtone Nederlander aan te vallen en tegelijk zelf buiten schot te blijven. Politieke correctheid is het wapen waarvan ze zich bedienen om hun eigen waarheid op te dringen. Beschuldigingen van racisme en fascisme werden de wapenuitrusting waarmee autochtoon Nederland onzeker werd gemaakt.

Naast de nieuwe eigenaren die zijn overgekomen uit de Zuid-Amerikaanse voormalige Nederlandse kolonieën, presenteert ook de islam zich als een nieuwe mede-eigenaar. Dat is een lastige klant met een lastige agenda. De islam pretendeert dat haar ordeningssysteem superieur is en overal ter wereld toegepast zou moeten worden. Waar de uit slaven voortgekomen nieuwe mede-eigenaars zich nog bij wijze van spreken laten sussen door zwarte piet te vervangen door een (omstreden) kleurenpiet, laat de islam zich niet afkopen. De opdracht die de islam moslims meegeeft is om in hun nieuwe land te accepteren wat al te verenigen is met de islam en zich in te zetten voor de verandering van alles wat niet te verenigen is met de islam. De islam kan het goed vinden met politiek links dat het sterkst voor egalitarisme is. De PvdA heeft uit haar verkiezingsverlies wat dat betreft nog steeds niet de juiste conclusie getrokken. De islam is helemaal niet voor egalitarisme en gebruikt dat alleen maar op opportunistische wijze om een voet aan de grond te krijgen. Allah en de christelijke god  zijn wat hun wensen betreft de samenleving twee heel verschillende goden. Dat bevordert de wanorde.

Een samenleving wordt gevorm door mensen die een gedeeld ordeningssysteem hebben. Eenheid in verscheidenheid was de democratische oplossing tot nu toe. Als een systeem op een rechtvaardige manier ordent, maakt het niet uit wat voor naam het heeft. Als het maar werkt.

Het huidige ordeningssysteem werkt niet meer voldoende in de ogen van veel mensen. Politieke partijen worden niet meer vertrouwd, de overheid wordt niet meer vertrouwd, het rechtssysteem wordt niet meer vertrouwd, de politie als handhaver van het rechtssysteem wordt niet meer vertrouwd, de media worden niet meer vertrouwd, menswetenschappen worden niet meer vertrouwd en het onderling vertrouwen erodeert ook bij de dag.

Egalitarisme bevordert verdeeldheid
De grootste boosdoener is het egalitarisme dat gelijkheid tot haar kroonjuweel heeft uitgeroepen. De door egalitarisme gesanctioneerde diversiteit bracht de bestaande orde aan het wankelen door de aanval op de bestaande cultuur. De narratieven van de nieuwe mede-eigenaren van Nederland moeten in het gangbare Nederlandse narratief worden opgenomen omdat het egalitarisme dat vereist.

Maar mensen zijn helemaal niet gelijk. Ze zijn slechts voor de wet gelijk. Ze zijn divers in talent, uiterlijk, opvattingen en hun geschiedenis op individueel en groepsniveau. De mens is ook niet zo aardig, want egoïstisch en agressief. Dat vraagt om ordening. Die is in toenemende mate tanende, algemeen aanvaard gezag erodeert.  En dat zal zo blijven zolang de consensus over de gewenste orde omstreden blijft.
Egalitarisme verschaft macht aan degenen die menen dat autochtone Nederlanders tekort schieten om hen als gelijken te accepteren. Opvallend is de afwezigheid van zelfkritiek. Want hen overkomt is altijd de schuld van anderen. Het is de Nederlandse elite die op dit punt tekort schiet. Die denkt de vrede te bewaren door aan de bezwaren tegemoet te komen en veroordeelt de autochtone Nederlanders die dat heel anders zien en geen enkel vertrouwen meer hebben in de elite.

Hoe nu verder
Dat wordt nog een heel groot probleem. De mislukte integratie van nieuwkomers laat precies zien waar het mis is gegaan. De orde wordt niet meer in voldoende mate gedeeld. De teugels zijn te lang los gelaten. Het is moeilijk om die ontwikkelingen terug te draaien.  Op de huidige voet verder gaan is echter ook geen optie.
De eerste stap die gezet dient te worden is de erkenning  van het feit dat de samenleving richting wanorde gaat. De enige oplossing is dan te vinden in het cultureel een stapje terug te doen en terug te vallen op een meer normerende cultuur waarbij rechten en plichten weer in evenwicht zijn. Een hardere cultuur waarin stevige keuzes worden gemaakt om de samenleving tot orde te roepen.

Een gedeelde orde is noodzakelijk. In zo’n gedeelde orde kan geen sprake zijn van onbeperkte godsdienstvrijheid voor de islam. In zo’n gedeelde orde dient aan  de aanspraken van minderheidsgroepen niet gemakzuchtig te worden toegegeven. In zo’n gedeelde orde wordt criminaliteit harder aangepakt dan nu het geval is.

De eenheid in verscheidenheid wordt niet aangetast, maar die eenheid dient centraler te staan dan de verscheidenheid. Eenheid betekent dat mensen willen dat het goed gaat met Nederland, dat dat wat van ze vergt, maar dat ze daar ook van profiteren.













zondag 15 januari 2017

Halal en Kosher zijn als voedselvoorschriften volkomen achterhaald

                                                                   
    

Voedselvoorschriften zijn ontstaan in de periode van de mensheid waarin het nomadisch bestaan steeds vaker werd opgegeven voor het sedentair bestaan in nederzettingen dat door landbouw en veeteelt mogelijk werd gemaakt.

Nomaden hadden een cultuur ontwikkeld die hen zo goed mogelijk beschermde tegen de gevaren van de natuur. Bij de overgang naar sedentair bestaan volstond dat niet meer. Omdat grotere groepen met elkaar gingen samenleven ontstonden er nieuwe gevaren die het leven bedreigden. Dat gold met name voor overdraagbare ziekten die zich in een sedentaire samenleving via bacteriën en virussen gemakkelijker verspreidden en veel meer slachtoffers maakten.

De traagheid van een evolutionaire aanpassing bijvoorbeeld in de vorm van resistentie tegen bepaalde ziekten, dwong tot een culturele oplossing. Deze werd gevonden in voedingsvoorschriften waarvan men aannam dat ze door de vermijding van bepaalde soorten voedsel of door regels voor voedselbereiding, besmettelijke ziekten kon voorkomen. Hierdoor konden meer mensen overleven.

‘Onrein’ betekende eigenlijk ‘verdacht’.
Carel van Schaik en Kai Michel, respectievelijk biologisch antropoloog en historicus, schreven het “Oerboek van de mens“, waarin zij met de vinger op de teksten van vooral het Oude Testament de culturele revolutie volgen die het overgaan van nomadisch bestaan naar sedentair bestaan met zich meebracht. De ordening die religie in het samenleven aanbracht, kon alleen worden afgedwongen met behulp van een externe monotheïstische God. Méér goden zou maar tot wanorde leiden.
In hun boek noemen zij de voedselverboden en voedselgeboden een vorm van protogeneeskunde die effectief was omdat potentieel infectueuze situaties onderkend werden. De in de Thora opgeslagen spijswetten werden later op een vereenvoudigde manier overgenomen in de Koran. Ook de nadruk op het monogame huwelijk die beide religies kennen hielp mee bij het beperken van de verspreiding van ziekteverwekkers door geslachtsverkeer. De sterke afkeer van varkensvlees was onder meer gebaseerd op het feit dat een varken zich met ‘afschuwelijke’ dingen voedt. Het maken van wijn paste niet in het nomadisch bestaan maar werd bij het sedentair bestaan wel mogelijk. Het drinken van alcohol leidde tot wanordelijkheden waar orde juist noodzakelijk werd geacht en werd daarom verboden.

Ritualisering en disciplinering
Behalve het vermijden van bepaalde diersoorten en de geboden tot het zorgvuldig omgaan met soorten voedsel, waren er ook bepalingen voor de slacht. Het zorgvuldig laten uitbloeden van geslachte dieren hield verband met het niet volledig vertrouwen van het bloed. Daarnaast bestond nog de meer religieuze overweging dat bloed gezien werd als de verblijfplaats van het leven en in feite alleen god toebehoorde.

Naast de protogeneeskundige bedoelingen van de voedselvoorschriften ontstond ook ritualisering om te benadrukken dat de voorschriften van god kwamen en overtreding als zondig werd gezien. De ritualisering bestendigde de voedselvoorschriften tot in de huidige tijd waarin door de moderne geneeskunde eigenlijk geen behoefte meer is aan die voorschriften. Van Schaik en Michel wijzen er ook op dat van de voorschriften een disciplinerende werking uitging en als een gehoorzaamheidstest voor gelovigen werkte. In dit verband verwijzen ze naar het uit de evolutiebiologie afkomstige begrip ‘costly signal’. Door afstand te doen van op zich smakelijke vis- en vleessoorten kon de gelovige bewijzen dat hij offers kon brengen als bewijs dat hij de religie heel serieus nam. Het is een signaal aan andere gelovigen dat een onderdeel is geworden van de sociale controle om afwijking tegen te gaan.

Je onderscheiden door het ‘anders’ zijn
Ritualisering en disciplinering hebben ook geleid tot het benadrukken van het ‘anders zijn’. Dit geldt met name voor situaties waarin orthodoxe joden en moslims onderdeel van een samenleving waarin ze niet dominant zijn. Door het ‘anders’ zijn te benadrukken worden niet- en andersgelovigen in de ontmoeting met orthodoxe gelovigen min of meer gedwongen rekening te houden met de eisen die het ‘anders’ zijn stelt. Op die wijze dragen orthodox gelovigen hun religie uit en geven tevens blijk van hun gedisciplineerdheid die hen aan een bepaalde religie bindt. Je kunt geen doos bonbons meenemen naar een bevriend moslims echtpaar zonder eerst te controleren of de inhoud ‘halal’ is. Op scholen valt bij verjaardagen bijna niet te trakteren omdat de traktatie onderzocht wordt op verboden stoffen als bijvoorbeeld gelatine. Het ‘anders’ zijn kan zo benut worden om in allerlei situaties dominantie te verwerven vanuit de eis dat het ‘anders’ zijn gerespecteerd wordt.

Religieuze voedingsvoorschriften als anachronisme
De voedingsvoorschriften waar orthodoxe joden en moslims zich aan houden zijn gezien hun ontstaansgrond als protogeneeskunde volstrekt achterhaald. Het huidige voedselaanbod is veiliger dan ooit eerder. De ontstaansgrond van de voedselvoorschriften is niet meer bekend onder gelovigen. Het voortbestaan van de voorschriften dient enkel nog de disciplinering en het benadrukken van het ‘anders’ zijn.