dinsdag 17 juli 2018

Polen en de Joden, een ingewikkelde geschiedenis

Polen wensen dat joden vertrekken naar Israël (voor WOII)


Aan het begin van de negentiende eeuw verbleef viervijfde van het aantal joden in de wereld in  Polen. Ze vormden zo’n tien procent van de bevolking. Polen was vanaf de middeleeuwen een aantrekkelijke vestigingsplaats voor joden omdat er tolerantie bestond en joden compleet elfbestuur werd toegestaan. Dat zelfbestuur was georganiseerd in lokale ‘kahals’. Een paradijs voor joden werd Polen genoemd. De tolerantie was vooral afkomstig vanuit de Poolse (land)adel die zestig procent van de Poolse grond, inclusief de daarin aanwezige dorpen en steden, bezat. De (land)adel bestond uit ongeveer tien procent van de Poolse bevolking, in Europa een unieke situatie. Tot begin van de negentiende eeuw bestond de Poolse bevolking uit ‘horigen’ die min of meer eigendom van de adel waren. De toevloed van joden werd door de adel verwelkomd omdat ze voorzagen in een groot aantal functies die de adel liever niet door autochtone Polen vervuld zag. De joden werden arts, apotheker, advocaat, handelaar, bankier, winkelier, rentmeester en leraar. De joden domineerden, onder andere door verkregen monopolies, de economie. Hoewel een deel van de joden arm was, werd een ander deel steenrijk. Ze kochten landgoederen en sommigen werden tot de adel toegelaten.

Het ‘joodse paradijs’ kwam onder druk te staan nadat in het begin van de negentiende eeuw Polen werd opgedeeld tussen Hongarije, Pruissen en Rusland. Er ging een geheel andere wind waaien. De adel had niet langer de absolute macht en de drie bezetters keken ook heel anders tegen de tolerantie voor joden aan. Het zelfbestuur van de ‘kahals’ werd teruggebracht tot religieuze zaken. De bezetters stuurde aan op integratie van de joden. Hongarije was daarbij het gematigdst, Pruissen grondig en Rusland het wreedst. Joden moesten een achternaam kiezen, werden staatsburger, moesten belasting betalen en soms in militaire dienst. De maatregelen die tot integratie moesten leiden werden geleidelijk aan strenger. Er was veel verzet tegen en dat verzet bracht niet alleen emigratie naar Frankrijk, Engeland en Amerika voort, maar ook het groeiend besef onder joden dat alleen een eigen staat tot permanente veiligheid zou leiden. De Poolse Ben Goerion was één van de voortrekkers voor dat idee.

Ondertussen wisten de meeste joden zich goed te redden en pasten zich aan aan de nieuwe omstandigheden. Hun dominantie is het economisch verkeer en de dienstverlening bleef in stand. Deze situatie leidde tot groeiend ongenoegen van de autochtone Polen die verder weinig fiducie hadden in de maatregelen die tot integratie zouden moeten leiden. De geschiedenis op dit punt vertoont veel overeenkomsten met de huidige integratieproblematiek in de West-Europese landen. Die geschiedenis zoals opgetekend door Norman Davis in zijn boek ‘Gods playground’, laat een groeiende animositeit ten opzichte van joden zien. Die animositeit werd sterker toen aan het begin van de twintigste eeuw grote aantallen Russische joden naar Polen vluchtten.

Een van mijn gesprekspartners in Polen hield me voor dat de beschuldiging van ‘antisemitisme’ tegen de Poolse bevolking, vergeleken kan worden met de beschuldiging van islamofobie in West-Europa. Er is antisemitisme in Polen, maar de kritiek van veel Polen op de joden heeft daar niets mee van doen. Veel Polen leden onder de economisch dominante joden. Een oude dame die ik sprak, citeerde haar vader die placht te zeggen: “De straten zijn van ons, maar de huizen zijn van hun”. Daarmee verwees hij naar de vele joden die woningen in huurkazernes verhuurden en dat niet altijd even netjes deden. Er is ook een zekere woede aanwezig omdat in de ogen van Polen joden zich het drama van WOII hebben toegeëigend. Er zijn plm drie miljoen Poolse joden omgekomen. Dat er ongeveer net zoveel Poolse slachtoffers waren, lijkt de wereld te vergeten. ‘Bloodlands’, een boek van Timothy Snijder, heeft daar wel oog voor. De geschiedenis van Polen met de joden, kan niet begrepen worden vanuit een West-Europees perspectief, maar moet begrepen worden vanuit de geschiedenis van Polen die een heel andere was dan in West-Europa. De kritische houding in Polen ten opzichte van de joden wordt ten onrechte vaak ‘antisemitisme’ genoemd, terwijl het in feite niets anders is dan een weergave van de bittere ervaringen van autochtone Polen.

Die bitterheid is nog toegenomen nadat Jan Grabowski, als jood geboren in Polen en nu verbonden aan de universiteit in Ottawa, een boek publiceerde waarin hij het Poolse volk er van beschuldigde een groot aandeel in de holocaust te hebben gehad. Hij doet dat in feite op dezelfde gronden als welke voor Nederland zouden kunnen gelden. Ook in Nederland was sprake van jodenjacht waarin de Nederlandse politie een aandeel had, van verraad, koppengeld en het toe-eigenen van joodse bezittingen. Daar staat verzet tegenover en die was in Polen omvangrijk. Ongeveer 450.000 Poolse joden overleefden de barbarij. De wreedheid van de nazi’s in Polen kan niet worden vergeleken met die in Nederland. Grabowski kleineert ten onrechte de inspanningen van veel Polen die samen 450.00 Poolse joden wisten te redden. Van alle landen heeft Polen de meeste onderscheidingen van  Yad Vashem toegekend gekregen. Grabowski kreeg echter ook in Nederland veel gunstige publiciteit. ‘Polen weigert in het reine te komen met zijn oorlogsverleden’ kopte het NRC. Dat was een regelrechte leugen.

Polen zijn lichtgeraakt als hen verwijten worden gemaakt over hun omgang met de geschiedenis van de joden in Polen. Die verwijten komen als regel van mensen uit landen die een heel andere geschiedenis met joden hebben dan Polen en dat niet beseffen. Ook Israël doet er weinig aan om een juist beeld te scheppen van de aanwezigheid van joden in Polen en de Poolse regering verwijt dat Israël. De spanningen tussen Polen en Israël zijn nog verder opgelopen nadat de Poolse premier Morawiecki begin 2018 sprak over ‘joodse daders’. Polen heeft echter het recht om daar op te wijzen al is het ook tegen de stroom in. De joden als handlangers bij de onderdrukking van de Polen door de adel, waren daders. De Poolse joden met bolsjewistische sympathieën die aan de verkeerde kant stonden bij de Pools-Russische oorlog (1919-1921) waren daders. De Poolse joden die elkaar in WOII aangaven bij de nazi’s, waren daders. De Poolse joden die collaboreerden met de nazi’s waren daders. De Russische joden die tijdens de Russische bezetting de veiligheidsdiensten en inlichtingendiensten in meerderheid bemanden en in Polen gevreesd werden vanwege hun wrede en nietsontziende aanpak, waren daders. Die Russische joden werden in 1956 op verzoek van de Poolse regering onder Gomoelka, teruggehaald naar Rusland omdat hun optreden alleen maar grote weerstand tegen het communisme opriep onder de Polen.

De Polen hoeven niet echt in het reine te komen met hun verleden. In 2014 is in Warschau op de plaats van het oude ghetto een enorm museum geopend dat niet alleen aan de holocaust is gewijd, maar ook aan de geschiedenis van de joden in Polen. Degenen die in het reine moeten komen met hun verleden zijn de joden zelf. Zij zullen onder ogen moeten zien dat hun verleden in Polen er niet alleen van joodse slachtoffers was, maar ook van joodse daders.  Kritiek op joden moet mogen zonder het verwijt van ‘antisemitisme’ te krijgen.




vrijdag 29 december 2017

Aboutaleb is een ‘verwarde’ man geworden


Een goede moslim is een jihadist en een beetje salafist, volgens burgemeester Aboutaleb die er van getuigde dat een goed moslim zijn hem helpt bij zijn werk als burgemeester van Rotterdam. In de Volkskrant raakten sommige experts daar zo opgetogen van dat ze zijn getuigenis ‘geniaal’ noemden.

Het is een getuigenis in de trant van: ‘Islam is de oplossing’. Het is de boodschap die in veel moskeeën aan de gelovigen wordt voorgehouden. Het is een recept voor het vinden van de goede weg in je leven als je van het pad bent geraakt. Het valt ook nogal eens te lezen op protestborden die islam-activisten meezeulen, vaak samen met protestborden die verkondigen dat de islam de wereld zal gaan domineren. ‘Islam is de oplossing’, is een uiting van utopisch denken. Geen utopie is echter ooit sterker geweest dan de mens die er altijd weer in slaagde om er een zootje van te maken. Dat Aboutaleb utopisch denkt is bepaald geen bewijs voor genialiteit.

Aboutaleb legt de jihad uit als de ‘grote jihad’ die anders dan de ‘kleine jihad’ op geestelijke inkeer is gericht onder andere door de navolging van Mohammed. Dat laatste is echter wel wat anders dan waartoe een van de belangrijkste boeken van het christendom oproept. De ‘imitatione Christi’ (De navolging van Christus) van Thomas a Kempis uit de vijftiende eeuw beoogde onder invloed van de Moderne Devotie een vernieuwing van het geestelijk leven. De namen van de vier delen geven goed aan waar het om ging.
-Vermaningen dienstig tot het geestelijk leven
-Opwekking tot het inwendig leven
-Over de inwendige troost
-Over het allerheiligste Sacrament des Altaars.

Dat is wel andere koek dan wat met de Navolging van Mohammed wordt beoogd. Een goede moslim is goed omdat hij getrouw alle voorschriften naleeft. Uit de Koran komt Mohammed niet als zo’n prettige man tevoorschijn. Als er kritiek op hem is komt er altijd wel weer een vers van Allah dat hem in het gelijk stelt, te hulp. De door hem ondernomen roofpartijen, de moord op degenen die hem niet steunden en de moord op een joodse stam zijn in zijn hagiografie beschreven als onvermijdelijke en noodzakelijke maatregelen. In de moslimse hagiografie van Mohammed wordt zijn dagelijks leven minutieus beschreven. Zo weten we precies welke kleding hij droeg, hoe hij zijn kont afveegde, zijn tanden poetste en zijn baard bijhield. De navolging van zijn gewoonten wordt aangeprezen. Degenen die daar het verst in gaan moeten wel een dwangneurose ontwikkelen naast de narcistische persoonlijkheid die de door superioriteitswaan van moslims met zich mee brengt. Het zijn elementen uit een cultuur die ‘verwarde’ mensen voortbrengt.

Aboutaleb was een heldere man die, nu hij ouder wordt, naar een soort van islam reikt die zich in de piëtistische beleving laat vergelijken met andere utopische opwekkingsbewegingen.  Het laat zien hoe hij naar de wereld kijkt. Het is een narcistische blik, want welk normaal mens loopt er mee te koop hoe hij zijn religie beleeft, laat staan als je burgemeester bent. Bij een normale geestelijke ontwikkeling zou je van een burgemeester een enthousiast verhaal over de grondwet, democratie en de mensenrechten kunnen horen. Maar als Aboutaleb zijn ziel op tafel legt, komt er in feite niets anders uit dan: islam is de oplossing. Het is een niet geleerde les en terugvallen op oude overtuigingen.

De geschiedenis tot op vandaag levert geen enkel bewijs op dat religies betere mensen voortbrengen. Het katholieke Zuid-Amerika zal genoeg goede mensen kennen, maar is geen toonbeeld van de ‘Imitatio Christi’. Moslimlanden zijn ook al bepaald geen voorbeelden van hoe religie de bevolking tot beschaving brengt. Het zijn de westelijke landen waar het beter lukt en karakter en aanleg van de bevolking zouden daar wel eens wat meer mee te maken kunnen hebben dan religie.

Aboutaleb  bewijst zichzelf (en de PvdA) als burgemeester door de openbaring van zijn zielenroerselen een slechte dienst. Als rolmodel voor moslims gebruikt hij met termen als jihad en salafisme de verkeerde woorden. Voor de niet-moslims geldt dat op een andere manier eveneens. Het vertrouwen in zijn burgemeesterschap zal er niet door toenemen. Menig imam zal in de vrijdagse preek handenwrijvend roepen dat Aboutaleb een salafist is en dat je het daarmee tot burgemeester kunt schoppen.

Het zou kunnen zijn dat Aboutaleb, de stad en de moslims daarin ziende, geen andere oplossing ziet dan religieuze opwekking en een soort ‘Moderne Devotie als middelen om moslims aan de goede kant van de streep te houden. Dat kan ook een doos van Pandorra worden. De 'Moderne Devotie' heeft in Europa bijgedragen aan de reformatie en de godsdienstoorlogen die er op volgenden.
Religie is nooit een oplossing voor wat dan ook geweest. Een goede burgemeester hoort dat te weten. Iemand hoort zichzelf niet met zijn godsdienst ten voorbeeld te stellen. Een goede burgemeester hoort dat te weten. Aboutaleb is niet langer een goede burgemeester en als het goed is weet hij dat zelf ook al kan narcisme een grote hinderpaal zijn voor zelfkennis.




vrijdag 8 december 2017

Een ambassade als schaakstuk


Amerika gaat haar ambassade naar de Israëlische omstreden hoofdstad Jeruzalem verplaatsen. Daar was al in 1995 een besluit toe genomen. De beduchtheid voor de gevolgen van zo’n verplaatsing hebben Amerika er tot voor kort van weerhouden om uitvoering te geven aan dat besluit. Maakt president Trump het verschil? Als  geloof moet worden gehecht aan de Nederlandse media, raast Trump als een olifant door de islamitische porseleinkast. Maar is dat ook zo?
Waarschijnlijk is er in Amerika heel goed nagedacht over deze stap. Die zal van alle kanten bekeken zijn door denktanks, commissies en strategen. Waar tot nu toe de overwegingen enerzijds en bezwaren anderzijds tot een impasse leidden, kan het lef van Trump de doorslag hebben gegeven. Maar er is meer.

De Palestijnse kwestie is een aantal punten op de agenda gedaald. Behalve de onverzoenlijke houding van de Palestijnen lijkt ook de extremistische islam te hebben bijgedragen aan een teruglopende steun voor de Palestijnse kwestie. Islamitische landen die de Palestijnse kwestie hoog op de agenda hielden hebben tegenwoordig andere zaken aan het hoofd. Olielanden bereiden zich voor op een economische transitie die hun relatie met de wereld zal veranderen. Binnen de islam voltrekt zich een harde strijd tussen soennitische gelovigen en aanhangers van de sjiitische opvatting van de islam. En tenslotte hebben islamitische landen ook hun handen vol aan islamitische extremisten die naar regeringsmacht streven. De wereld ziet er kortom heel anders uit dan in 1995 toen het besluit om de ambassade te verplaatsen werd genomen. 

De ambassade is het schaakstuk geworden waarmee op het gewijzigde speelveld op het bord een strategische zet is geplaatst die geopolitiek van grote betekenis zal zijn. De zet bevat op de allereerste plaats een boodschap aan de Palestijnen. Vergeet Jeruzalem als Palestijnse hoofdstad is de kern van de strategische stap. Het is nog even gissen of dit ook gaat leiden tot een meer realistische houding van de Palestijnen in de vredesbesprekingen. Ondanks alle ronkende teksten uit islamitische landen zou de onderliggende trend wel eens kunnen zijn dat men van de Palestijnse kwestie af wil.
De tweede betekenis van de strategische zet is de boodschap aan de islamitische wereld zelf. De massieve steun aan de aanspraken van de Palestijnen was nagenoeg een geloofsartikel geworden. Nu zegt alleen nog Iran openlijk dat Israël vernietigd zou moeten worden. De Iraanse steun aan de Palestijnse kwestie ligt echter in het soennitische deel van de islamitische wereld niet goed. Ook dat geeft Amerika de kans om een beslissende zet te doen op een terrein waar de verhoudingen beladen waren en tot een impasse hadden geleid.

De derde betekenis is een boodschap aan de wereld. Amerika laat zich niet langer ringeloren door islamitische lange tenen en neemt hier met een assertievere opstelling het voortouw. Amerika wil zich niet langer laten chanteren en weigert nog langer offers te brengen voor de schuld die het Westen wordt toegewezen voor het mogelijk maken van een Joods thuisland en de steun die Israël in de loop der jaren kreeg. Amerika toont moed die het lang heeft ontbroken en die in Europa nog steeds ontbreekt.

Wat het voor Israël gaat betekenen is nog onduidelijk. Voor de blijdschap die premier Netanyahu toonde was voldoende aanleiding. De stap van Amerika bevrijdt Israël uit een politiek cordon dat Westerse landen dwong om hun ambassade naar Tel Aviv te verplaatsen. Het is echter de vraag of het alleen maar voordelen oplevert. Voor de geleidelijke terugkeer van de ambassades naar Jeruzalem, zal Israël ongetwijfeld net als de Palestijnen een prijs moeten betalen die een oplossing van de Palestijnse kwestie mogelijk maakt. Rusland zal daar bijvoorbeeld op aandringen.

Nu de geest uit de fles is maakt men zich in Nederland en Europa alleen maar zorgen om de scherven en wordt niet ingezien welke betekenis de ogenschijnlijk onberaden stap van Amerika heeft. Met een kleine zet op het geopolitieke schaakbord wordt geen wereldgeschiedenis gemaakt, maar wel aangetoond dat het spel veranderd is. Overwegingen als bovenstaand had ik graag in een van onze kranten gelezen. De redacties daar zitten echter klaar om verslag te doen van de vreselijke gevolgen die het Amerikaanse besluit zal hebben. Komt er een nieuwe intifada vragen ze zich af. Het zal wel bij wat stenen gooien blijven. De wereld is veranderd.



dinsdag 21 november 2017

Hoofdoek wijst op fundamentalisme


Ze heet Sarah Izat. Ze is aan het afstuderen voor haar master ‘European Union and International Law’. Ze wil Buitengewoon Opsporings Ambtenaar (BOA) worden. Omdat ze in die functie geen hoofddoek kan dragen heeft ze bij de Commissie Rechten van de Mens een zaak aanhangig gemaakt wegens discriminatie. De commissie heeft haar gedeeltelijk in het gelijk gesteld, de politie discrimineert.

Een slimme meid zou je denken. Gedisciplineerd ook, want werken en afstuderen gaat niet zo gemakkelijk samen. Inmiddels is duidelijk geworden dat het niet zo maar een individuele actie is van deze dame. Carl Brendel heeft aangetoond dat er een hele organisatie achter zit en er subsidie voor is verkregen.

Werkgevers mogen hun personeel verbieden een hoofddoek of een ander religieus symbool te dragen. Dat heeft het Europees Hof van Justitie in maart 2017 bepaald. De landelijke politie kent een dergelijk verbod dat beantwoordt aan de criteria die het Europese Hof van Justitie bij het verbod heeft gesteld. In feite vecht ze samen met haar achterban deze uitspraak aan.

Izat provoceert. Ze beklaagt zich omdat ze op een bijeenkomst eens weggestuurd werd omdat ze daar in uniform en hoofddoek (hijab) verscheen, terwijl ze wist wat het tegen het beleid was. Ze heeft ook politieke motieven. Ze is ook betrokken bij de Rotterdamse islampartij NIDA, die twee zetels in de Rotterdamse gemeenteraad heeft. Daarover zwijgt ze.

Ze zegt in het interview in de Volkskrant (09112017) uit de anonimiteit te zijn gestapt “omdat ik de samenleving mijn kant van het verhaal schuldig ben en de dialoog wil aangaan”. In Trouw van 20 november 2017 zegt ze dat mensen niet bang hoeven te zijn dat ze als agente meer loyaal aan de islam n Koran zal zijn dan aan de grondwet. “Ze denken dat die niet samengaan. Maar in mij is alles verenigd”. Alsof dat kan.
Izat is er in ieder geval in geslaagd om brede publiciteit te krijgen voor haar strijd. In haar opzet is ze nog niet geslaagd. De nieuwe Minister Grapperhaus die over de politie gaat heeft laten weten dat het beleid niet zal veranderen. Daarmee vertolkt hij in ieder geval de wens die breed in de samenleving leeft. Of zijn besluit lang mee gaat moeten we echter nog maar af wachten.

Is een hoofdoek een onschuldig lapje stof? Hoogleraar Sociologie in Berlijn, Ruud Koopmans heeft het breed onderzocht en vastgesteld 'Als tolerante Nederlanders zijn we geneigd te denken dat de sluier een onschuldig lapje stof is. Dat klopt niet. 55 procent van de stellen waarvan de vrouw een hoofddoek draagt, is fundamentalistisch'. Is hijabdraagster Izat (er zijn bijna geen hoofddoeken meer te zien) fundamentalistisch, net zo als 55 procent van de hoofddoekdraagsters? Ze heeft de twijfel daarover niet weggenomen. Ze is betrokken bij de Rotterdamse islamitische partij NIDA, die twee zetels in de gemeenteraad heeft. Maar vooral het speurwerk van Carl Brendel laat zien dat een brede coalitie van islamitische instituties onderdeel is van de actie van Izat. De hoofdoek is voor de islam een middel om de islam zichtbaar te maken in de samenleving. Er wordt dan ook naar gestreefd om dat overal in alle arbeidsplaatsen zichtbaar te maken. De politie is tot nu toe een van de bolwerken waarin dat niet mogelijk is.

De islam moedigt vrouwen aan om een hoofdoek te dragen. In de eigen uitleg vertaalt de islam de jaloezie van Mohammed naar de wil van Allah. “Vrouwen dragen een hoofddoek enkel en alleen voor Allah, omdat Hij het wil. Hierdoor wordt het dragen van een hoofddoek een vorm van aanbidding, omdat je het voor Allah doet. Een vrouw met een hoofddoek die hiervan bewust is, verricht als het ware de hele dag aanbidding. Iedere seconde dat ze haar hoofddoek draagt, wordt toegeschreven alsof ze aanbidding verricht. Dit is een grote gunst die Allah aan de vrouwen heeft geschonken. Het ervaren van een kleine moeite op deze wereld door het dragen van een hoofddoek, zal in het hiernamaals resulteren in een grote beloning.”

Zie je het al voor je. Een gehoofddoekte agente die  als het ware de hele dag Allah aanbidt. Dat is nog niet het ergste. Bij een fundamentalistische agente als Izat mag je er van uitgaan dat ze de hijab draagt omdat de koran daar om zou vragen. Dan mag je ook aannemen dat ze ook alle minder aardige verzen uit de koran serieus neemt. Het kernvers van de koran is: ‘Strijdt tot de religie van Allah is’. De hele koran is daar als het ware om heen gebouwd. De koran bevat het actieplan om de wereld aan de voeten van Allah te leggen en geweld wordt daarbij niet geschuwd. In een blog (Het kernthema van de islam: “strijdt tot de wereld van Allah is”, wordt onvoldoende weersproken) heb ik me al eens eerder afgevraagd waarom onze overheid dat doel van de islam niet serieus als  gevaar ziet. In dat blog heb ik ook een aantal minder aardige verzen uit de koran opgenomen.

Er is ook reden om verzet te plegen tegen het aannemen van moslims en moslima’s in functies met beslissingsbevoegdheden. Het schandaal over het Amsterdamse deradicaliseringsproject en corrupte moslimagenten vormen een aanwijzing dat de tribale cultuur van moslims niet te verenigen is met de Nederlandse cultuur.
Links Nederland solidariseert zich al lang niet meer zoals vanouds met mensen met een modaal inkomen of minder dan dat. Dat het links zou gaan om het delen van macht, kennis en inkomen, kan niet meer worden waargemaakt. Links solidariseert zich met minderheidsgroepen, keert zich tegen het nauwelijks bestaande racisme alsof dat een enorm probleem is en steunt de islam bij het verkrijgen van steeds meer macht. Links bevordert het fundamentalisme en heeft lak aan de overgrote meerderheid van de bevolking die de islam wel degelijk en terecht als een gevaar ziet.








woensdag 18 oktober 2017

Genieten…, want ik ben ‘white privileged’



Zeker toch een paar keer per jaar dank ik god op mijn blote knieën dat  ik hier ben geboren in plaats van in een of ander Verweggistan. Ik beschouw dat niet als een verdienste, maar als een voorrecht. Ik geniet van wat mijn voorouders en mijn generatie van dit land hebben gemaakt.

Het enige wat me dwars zit is dat ik van de calvinisten en heftig linksen niet mag genieten van mijn voorrecht. Ze denken dat ik blind ben. De welvaart van Nederland zou volgens hen berusten op uitbuiting waardoor de welvaart die is opgebouwd, verdacht is. En nog erger, vanuit mijn witte privilege zou ik neerkijken op alles wat een kleur heeft.

Calvinisten en heftig linksen zijn de boze feeën die het feest komen verstoren met valse beelden. Het behoort niet tot de cultuur van mijn land om neer te kijken op mensen met een kleur. Ik kijk wel neer op mensen die hier wel willen wonen, maar hun eigen cultuur willen behouden omdat ze die veel beter vinden dan de onze. Ik behoor niet tot de calvinisten en heftig linksen die vinden dat culturen gelijkwaardig zijn. Ik meet culturen op hun vermogen om welvaart te spreiden en een open debat toe te staan. Dan zie je hele grote verschillen.

Ik kijk neer op mensen die niet willen integreren maar wel een deel van de taart willen, net zo goed als ik neerkijk op autochtone Nederlanders die zich te goed achten om te werken voor de kost en ten onrechte een uitkering genieten.  Ze profiteren slechts zonder een bijdrage te leveren.

‘Niet zeuren, maar aanpakken’, is een deel van de Nederlandse cultuur. Als je niet mee kan komen is er een menswaardig vangnet. Cultuur is: zoals we het hier doen. En hoewel Nederland ook niet volmaakt is, laten we in alle statistieken bijna alle andere landen achter ons. We doen het dus goed en daar mogen we trots op zijn. Het is ook onze plicht om de verworvenheden aan de toekomstige generaties door te geven.

“White privilege”, bestaat, maar in hoofdzaak in de hoofden van mensen die slachtoffer zijn van hun cultuur, maar andere culturen daarvoor verantwoordelijk stellen. Ook met een kleur kun je een volledig geaccepteerd Nederlander worden als je integreert en je er niets van aantrekt als je vanuit de cultuur die je hebt losgelaten een ‘bounty’ wordt genoemd. Het betekent hooguit dat je een goede afweging hebt gevonden tussen persoonlijke belangen en de belangen van de samenleving als geheel. Het betekent ook dat mensen met een andere kleur kunnen genieten van het ‘white privilege’ om dat ze deel uitmaken van de cultuur die dat tot stand heeft gebracht en die cultuur uit dragen.

‘White privileged’ is een beschuldiging die voortkomt uit jaloezie en uit onvermogen. Het isoleert ‘kleur’ uit alle andere factoren die een rol spelen, waarbij cultuur waarschijnlijk de belangrijkste is. Daarom hebben roodharigen minder problemen. Ooit zat ik op een verjaardagsfeestje naast een donker gekleurde vrouw. We hadden geanimeerde gesprekken. Pas op weg naar huis realiseerde ik me dat ik met een donkere vrouw had zitten praten. Die realisatie had in feite niets met de kleur te maken maar met de bewustwording dat het een gesprek tussen twee normale Nederlanders was geweest. Ze had de culturele ‘kleur’ van zich afgeschud. Cultuur maakt je ‘blank’, of liever: ‘Nederlands’,  en dat heeft niets met huidskleur te maken.
‘White-privileged’ is gewoon 'cultuur-privileged'.





dinsdag 17 oktober 2017

Waarom de 'deugmens' niet deugt

                                                                

De term ‘Gutmensch’ is aan het verdwijnen en lijkt te worden vervangen door de term ‘deugmens’. Dat is een goede ontwikkeling. De Gutmensch kan zich nader beschouwd helemaal niet beroepen op zijn goedheid. Hij wil als regel deugzaam zijn. Maar dat geeft problemen. Omwille van de deugd kiest hij voor een standpunt en handelt daarnaar ongeacht de gevolgen.

Als hij ‘welkom vluchtelingen’ roept, handelt hij vanuit de deugd om mensen in nood te helpen. De vraag of het werkelijk om mensen in nood gaat interesseert hem nauwelijks. Als er ‘hulp’ wordt geroepen, ga je helpen. Of de hulp helpt, interesseert hem ook nauwelijks. Hij heeft goede bedoelingen en dat moet genoeg zijn. Of we in staat zijn om alle mensen die om hulp (asiel) vragen te helpen, interesseert hem ook al niet. Hem interesseert slechts de houding. Die is goed of niet goed.
De deugmens is een respectloos mens. Dat gebrek aan respect begint al als hij na het roepen van ‘welkom’ naar huis terugkeert en het aan anderen overlaat om zich over de gevolgen van zijn ‘goed zijn’ te ontfermen. 

De deugmens is in de geschiedenis een akelig mens. Ooit was het deugzaam om heksen te verbranden of te verdrinken. Ooit was het deugzaam om ketters te vervolgen en hielp de deugmens om de inquisitie op te tuigen. De deugmens is nogal modegevoelig. Tot op de dag van vandaag vindt hij nieuwe doelen (klimaat bijvoorbeeld) om zijn deugzaamheid te bewijzen en aan anderen op te leggen. De deugmens is een narcist die zich moreel verheven voelt en geen antenne heeft voor wat anderen beweegt. Hij heeft geen respect voor de gevoelens en inzichten van anderen die afwijken van de zijne. Als hij zo’n afwijkeling aantreft, zet zijn narcisme hem er toe om die te vernietigen. De tegenwoordige modes betreffen vooral klimaat en migratie. De deugmens is in discussies over die onderwerpen aan te treffen als donderprediker die anderen voorhoudt wat de juiste houding is. Wie zich daarin niet schikt loopt tegen de inquisitie aan die hem verbaal vernietigt en van zijn reputatie berooft. Dat is de reden waarom de deugmens volgers heeft. Het zijn de bangerikken die zich als zijn handlangers ontplooien en kopen daarmee hun veiligheid tegen zijn toorn. 

Schuld en boete lijkt ten grondslag te liggen aan wat de deugmens beweegt. Hem is gemakkelijk schuld aan te praten, het is zijn kwetsbaarheid. De opvatting dat narcisme in feite een overcompensatie is van angst en minderwaardigheidsgevoelens, kon wel eens kloppen. De deugmens heeft behoefte om voor anderen een deugmens te zijn. ‘Zie mij’ is zijn spel, ‘waarom ben je niet even deugzaam als ik?’. Het geeft hem macht over anderen en daar ligt de feitelijke psychische behoefte van de deugmens.
Ondertussen is de deugmens allesbehalve deugzaam. Hij maakt slachtoffers en schept maatschappelijke problematiek. Hij bestrijdt niet het kwade, maar degenen die hem niet volgen. De niet-volgers zijn het kwaad. Democratisch respect voor andere inzichten dan de zijne behoort niet tot zijn deugden. Hij is nietsontziend in het afdwingen van zijn standpunten. In het trouw blijven aan zijn eigen deugzaamheid is de deugmens zowel hypocriet als opportunistisch. Ook dat behoort tot zijn narcistische persoonlijkheid. Slechts zelden neemt hij zijn eigen standpunten serieus. Dat is logisch want hij gebruikt die standpunten om macht uit te oefenen. Een goed voorbeeld is te vinden bij de problematiek van ‘witte scholen’. De deugmens die diversiteit prijst kiest er toch maar liever voor om de eigen kinderen naar een ‘witte’ school te sturen. Dagblad Parool schrijft daar al maanden over. Wat er ook wordt geprobeerd, het lukt maar niet om het probleem van ‘witte’ en ‘zwarte’ scholen op te lossen. De deugmens haakt af waar het zijn eigen vermeend belang raakt.

In het maatschappelijk debat lijkt de deugmens de overhand te hebben. Dat betekent dat ‘narcisme’ een nog onvoldoende herkend maatschappelijk fenomeen is en daarom kan woekeren.



maandag 16 oktober 2017

Zijn we te beschaafd geworden in het strafrecht?


Neem verantwoordelijkheid
‘Niemand hoeft mee te werken aan zijn/haar eigen veroordeling’. Het is een zinnetje dat ik aantrof in beschouwingen over de zaak ‘Anna Faber’. De zin verwees naar de verdachte die in een eerdere zedenzaak weigerde om mee te werken aan een psychiatrisch onderzoek. De reden voor de weigering was het ontlopen van het risico dat bij een TBS een langere detentie kan volgen.

Het is een vaststaande praktijk in de rechtsgang dat het bewijs van een misdaad door het Openbaar Ministerie verzameld moet worden en dat dit bewijs door de rechter wordt beoordeeld. Een verdachte mag zwijgen, tegen werken, desinformatie geven, misleiden, valse getuigenissen organiseren en bewijs verdonkeremanen. De verdachte speelt vaak het spel: ‘pak me maar als je kan’, een crimineel spel.

Volgens een artikel in de NRC weigert ongeveer de helft van de voor een psychiatrisch onderzoek in aanmerking komenden om daar aan mee te werken. De weigering wordt als een recht gezien. Niemand hoeft mee te werken aan zijn/haar eigen veroordeling. In de rechtspraktijk heeft dat heel wat meer consequenties dan alleen het ontlopen van de TBS. Door niet mee te werken kan het werk van het OM zodanig bemoeilijkt worden dat er geen vervolging plaatsvindt of dat de rechter wegens gebrek aan overtuigend bewijs tot vrijspraak over gaat. Bij het vervolgen van leden van de mocromaffia gebeurde dat een aantal keren.

Niet meewerken kan het gevolg zijn van de angst dat met ‘praten’ de erecode van ‘zwijgen’ wordt overtreden en wraakacties het gevolg zullen zijn. Criminele wetten krijgen op deze manier veel invloed op de rechtsgang en bieden bescherming aan criminaliteit.

De opvatting dat je verantwoordelijkheid neemt voor je daden staat op gespannen voet met het recht om niet mee te werken. Dat recht leidt tot een groeiend aantal geharde daders die op alle mogelijke manieren, na te zijn gepakt, aan veroordeling proberen te ontkomen. De norm dat je verantwoordelijkheid neemt voor je daden vervaagt door dat recht.

Bij alle nu gaande discussies over het vaker toepassen van TBS, ook als de verdachte niet meewerkt, blijft de discussie over het recht om te zwijgen achterwege alsof dit een onomstotelijk recht is. Het is de discussie die eigenlijk gevoerd zou moeten worden. Het niet meewerken kan als een criminele daad worden gezien. Bij een belemmerde rechtsgang is het de samenleving die uiteindelijk schade lijdt.

Niet meewerken zou als zodanig strafbaar kunnen worden gesteld en in voorkomende gevallen tot strafverhoging moeten leiden. Niet meewerken is asociaal en strijdig met de norm dat je verantwoordelijkheid neemt voor je daden. En verantwoordelijkheid nemen voor je daden zou een van de uitgangspunten van het strafrecht dienen te zijn. Een verdachte heeft niet alleen rechten, maar ook plichten. Van plichten kan hij niet ontslagen worden.

Het recht op niet meewerken kan worden gezien als te veel toegeven aan de dader en het laten uitmelken van rechten. Dat is strijdig met de belangen van de samenleving en van slachtoffers. Het recht om niet mee te werken is wellicht een hoogstandje in het juridisch denken, maar kan gezien worden als een uiting van beschaving die de beschaving aantast en onwenselijk gedrag in de hand werkt.